Als vijfjarig meisje bleef Wieneke Remmers eens bij haar oma slapen en mocht ze die avond langer opblijven om een film te kijken. Op het scherm verscheen The Sound of Music; de jonge Wieneke herkende zichzelf nog het meest in de kleine Gretl von Trapp, zo jong was ze op dat moment. Ze kon onmogelijk weten dat diezelfde musical vele jaren later een bijzondere plaats in haar eigen leven zou krijgen, toen ze als Maria zelf het verhaal van de familie Von Trapp mocht vertellen. Tijdens die productie ontmoette ze bovendien Rein Kolpa, met wie ze later een gezin zou vormen. Inmiddels staat Wieneke al 27 jaar professioneel op de planken en draagt ze een schat aan rollen, ontmoetingen en herinneringen met zich mee, terwijl achter die lange carrière nog altijd iets leeft wat veel eerder ontstond: een enorme liefde voor muziek, theater en mensen, gecombineerd met de wil om ergens volledig voor te gaan. Muziek kreeg thuis vanzelfsprekend een plaats. Haar ouders waren allebei docent; haar moeder gaf handvaardigheid en haar vader zong al liedjes met zijn dochter toen zij nog heel klein was. Hij speelde gitaar en op oude opnames hoort Wieneke tegenwoordig terug dat ze toen al feilloos aanvoelde in welke toonsoort ze moest zingen. Het creatieve van haar moeder kreeg bij Wieneke misschien een andere vorm, terwijl de muzikale momenten met haar vader al vroeg iets wakker maakten dat nooit meer is verdwenen. “Als hij een akkoord aansloeg, hoorde je dat ik in de goede toonsoort ‘Poesje mauw’ begon te zingen,” vertelt Wieneke. “Dan denk ik nu: blijkbaar hoorde ik dat toen al. Alles wat met zingen, spelen en dansen te maken had, heeft mij altijd enorm aangetrokken. Dat kwam echt vanuit intrinsieke interesse. Ik dacht niet: ik wil beroemd worden of op het toneel staan. Ik deed gewoon wat ik leuk vond.” Foto: Robin Kamphuis
Een vuurtje dat steeds feller ging branden
Dat plezier kreeg gedurende haar jeugd steeds meer ruimte. Wieneke zong in een kerkkoor en werd misdienaar, waarbij zelfs de kerk voor haar onbewust een eerste vorm van theater werd. Tijdens een dienst, huwelijk of begrafenis stond ze in haar toga voor de aanwezigen en voerde ze, zoals ze het zelf met een glimlach omschrijft, haar eerste ‘heilige act’ op. Later volgden musicalverenigingen, balletlessen en schooltoneel; op de middelbare school was ze vrijwel iedere avond op de muziekschool te vinden en vulde ze haar vrije tijd met alles waarin zingen, dansen en spelen samenkwamen. Ze was rustig, niet bijzonder extravert en bovendien onzeker over zichzelf. Zodra muziek of theater in beeld kwam, gebeurde er echter iets anders: het verlangen om mee te doen werd groter dan de twijfel die haar op andere momenten kon tegenhouden. “Ik zat in de brugklas en zag dat er schooltoneel was. Ik ben uit mezelf naar de conrector gegaan om te vragen wat het was en of ik mee kon doen. Hij vertelde dat het eigenlijk voor de bovenbouw was en dat ik nog te jong was. Toch vroeg ik of ik niet alsnog mee mocht doen en uiteindelijk mocht ik met het ballet van het schooltoneel meedoen. Als ik daar nu over nadenk, vind ik het bijzonder dat ik op mijn twaalfde met die bovenbouw mee durfde te doen. Mijn drive was zo groot dat het mij niet uitmaakte hoe het sociaal in elkaar zat; ik hoefde niet per se samen met een vriendinnetje. Ik wilde het gewoon doen, want die wil om ervoor te gaan was groter dan mijn onzekerheid of de gedachte of ik het allemaal wel kon.”
Die houding bracht haar rond haar twaalfde naar een auditie van Het Nationale Ballet in Den Bosch. Wieneke besefte al dat een toekomst als prima ballerina waarschijnlijk niet voor haar was weggelegd en wist bovendien dat kinderen die dat pad serieus volgden doorgaans veel eerder werden gescout. Toch was dat voor haar nauwelijks van belang; alleen al de mogelijkheid om één middag binnen te stappen in een professionele wereld die haar fascineerde, vond ze fantastisch. De grootste vonk kwam rond dezelfde leeftijd vanuit een theaterzaal. Wieneke zag de oorspronkelijke Nederlandse productie van Les Misérables, met onder anderen Henk Poort en Ernst Daniël Smid, en was na thuiskomst zo onder de indruk dat slapen nauwelijks lukte. De afstand tussen haar eigen leven en die magische wereld op het podium voelde destijds enorm, misschien zelfs onoverbrugbaar. “Ik vond het zo magisch en dacht: als je dit toch kunt doen en dit je werk is, wat een droom. Tegelijkertijd zag ik het bijna als een onhaalbaar doel, doordat ik het zo serieus nam en zo fantastisch vond. Daarna heb ik zowel de Engelse als de Nederlandse cd helemaal grijs gedraaid; ik kan Les Misérables in het Engels volgens mij van voor naar achter doorzingen. Daar is dat vuurtje bij mij echt heel erg gaan branden.”
Cyrano, The Phantom of the Opera, West Side Story, Hair, de klassieke films met Gene Kelly en Fred Astaire en natuurlijk Singin’ in the Rain voedden die liefde verder. Wieneke spaarde om voorstellingen te kunnen bezoeken en liet zich steeds verder meenemen door de wereld die haar als tiener zo fascineerde. De afstand die ooit zo groot leek, werd uiteindelijk kleiner: na haar opleiding Muziektheater aan Fontys in Tilburg werd het theater daadwerkelijk haar professionele thuis.
Wanneer woorden plaatsmaken voor muziek
In de jaren die volgden bouwde Wieneke een veelzijdige carrière op. The Hired Man leverde haar al vroeg een nominatie voor een Musical Award op; later volgden nominaties voor haar hoofdrollen als Blonde Greet in De Jantjes, Saskia van Uylenburgh in Rembrandt en Maria in The Sound of Music. Rollen in onder meer Annie, Hairspray, Into the Woods, Hij Gelooft in Mij en Sonneveld brachten telkens een ander verhaal en een nieuw personage, terwijl haar werk zich gaandeweg ook verbreedde naar lesgeven, coaching en regie. Dat werk draait uiteindelijk om iets wat voor Wieneke veel groter is dan enkel techniek. Haar stem klinkt in theaters, bij andere muzikale projecten en tijdens persoonlijke gebeurtenissen zoals huwelijken en uitvaarten. Vooral op zulke momenten wordt duidelijk waarom muziek haar vanaf haar jeugd zo diep heeft geraakt: een melodie kan een gevoel bereiken waarvoor gesproken taal soms simpelweg te klein wordt. “Muziek is emotie. Bij een begrafenis kunnen mensen prachtige woorden zeggen en natuurlijk wordt daar een traan bij weggepinkt. Dan wordt er muziek gedraaid en ligt vaak iedereen in tranen, zelfs wanneer die muziek niet eens live wordt gespeeld. Dat is de kracht ervan. Als het gevoel te groot wordt om het te zeggen, moet je het zingen. Ook vrolijkheid, boosheid en uitbundigheid kun je door te zingen nog een extra laag geven.”
De verbinding tussen muziek, theater en het werkelijke leven heeft Wieneke zelf op een manier ervaren die tot op de dag van vandaag voelbaar blijft.
Haar moeder bleef altijd dichtbij
Tijdens Rembrandt speelde Wieneke het personage Saskia van Uylenburgh. Ze was toen 27 jaar en haar moeder was ernstig ziek. Uiteindelijk zou zij op slechts 54-jarige leeftijd overlijden. Eén voorstelling uit die periode heeft zich diep in Wienekes herinnering genesteld. Haar moeder zat die avond voor de laatste keer in een theaterzaal om haar dochter te zien spelen. Wanneer Wieneke daarover vertelt, verandert de lading van het gesprek. Het verlies is vele jaren geleden, maar de liefde waarmee ze over haar moeder spreekt, heeft geen afstand gekregen. Vooraf had ze vooral gevreesd voor één specifieke scène, aangezien Saskia in de voorstelling overlijdt en Wieneke wist dat haar moeder vanuit de zaal zou meekijken. Uiteindelijk bleken heel andere momenten haar het diepst te raken. “Dat was een omslagpunt in mijn leven. Het was mijn eerste grote verlies en ik was nog vrij jong om mijn moeder te verliezen. Die laatste avond zat zij in het Luxor en ik zag er van tevoren vooral tegenop dat ik in de voorstelling zelf doodging; ik moest dus een sterfscène spelen terwijl mijn moeder in de zaal zat. Syb van der Ploeg speelde die avond Rembrandt en dat vond ik heel fijn. Hij was erg betrokken bij hoe het met mijn moeder ging en daar had ik veel aan.”
Het verhaal van Saskia bevatte meer dan haar overlijden. Ze trouwde, werd zwanger en kreeg een kind; binnen enkele scènes trok voor Wieneke een toekomst voorbij waarvan ze wist dat haar moeder die in werkelijkheid niet meer volledig met haar zou kunnen beleven. “Daar had ik vooraf helemaal niet over nagedacht. Ik liep in een trouwjurk en dacht ineens: ze ziet mij nu in een trouwjurk, terwijl ze mij nooit echt in mijn trouwjurk gaat zien. Bij die zwangerschap en dat kind voelde ik hetzelfde. Dat vond ik veel emotioneler dan die sterfscène. Ik was dol op mijn moeder en zij is altijd dicht bij me gebleven. Het heeft mij in één keer een stuk volwassener gemaakt.”
Verdriet en dankbaarheid kregen daarna naast elkaar een plaats. Wieneke ontkent nergens hoe jong 54 jaar is en hoeveel ze moest missen; haar blik bleef tegelijkertijd niet alleen gericht op wat haar werd afgenomen. Ze koestert vooral wat haar gedurende de eerste 27 jaar van haar leven wel gegeven was. “Ik heb me vooral dankbaar gevoeld dat ik zo'n fijne moeder heb gehad, in plaats van alleen te denken aan hoe erg het is dat dit ons is overkomen. Natuurlijk was 54 veel te jong, maar toch heb ik 27 jaar lang zo'n fantastische moeder mogen meemaken en dat kan ook niet iedereen zeggen. Sommige mensen hebben helemaal geen fijne band met hun ouders of hebben een moeilijke jeugd gehad. Die 27 jaar neemt niemand mij meer af; een groot stuk dankbaarheid is wat ik daarvan heb meegenomen.”
Die woorden vertellen minstens zoveel over Wieneke als een lijst met haar grootste rollen: zelfs bij een herinnering die pijn doet, zoekt ze naar de liefde die er nog altijd naast kan bestaan.
De mooiste rollen kwamen soms onverwacht
Een carrière van 27 jaar laat zich onmogelijk vooraf uitstippelen; Wieneke heeft ervaren dat rollen die ze zelf voor de hand liggend vond soms aan haar voorbijgingen, terwijl andere personages onverwacht op haar pad verschenen en veel beter bleken te passen dan ze aanvankelijk had gedacht. Blonde Greet in De Jantjes vormt daarop een bijzondere uitzondering. Wieneke zag die rol al voor zichzelf voordat ze haar daadwerkelijk kreeg en werkte onder meer hard aan haar Amsterdamse accent. Haar Brabantse klank was destijds nog duidelijk aanwezig, waardoor ze de film Ciske de Rat veelvuldig bekeek en beluisterde om zich het Amsterdamse eigen te maken. Bij Maria in The Sound of Music liep het volledig anders. Wieneke was oorspronkelijk gevraagd om auditie te doen voor de barones, totdat Maike Boerdam tegen haar zei dat ze veel meer een Maria was. Dat zette iets in beweging: Wieneke belde zelf met de vraag of ze tijdens haar auditie ook materiaal van Maria mocht laten horen. “Na die eerste ronde zeiden ze dat ik door was en de volgende keer toch maar als Maria terug moest komen. Maike had dat dus goed gezien en uiteindelijk ben ik Maria geworden. Dat kwam vanuit een situatie waarin ik eerst dacht: ze hebben mij niet eens voor deze rol bedacht, dus het zal wel niets worden. Zo zijn veel dingen in mijn carrière gelopen.”
Jaren later volgde rond Mamma Mia! opnieuw zo'n verrassing. Producent Hans Cornelissen nodigde haar uit voor een gesprek en vertelde dat hij haar als Rosie zag. Wieneke had zelf eerder aan Donna gedacht en moest daardoor even schakelen, terwijl ze tegelijkertijd vertrouwde op de mogelijkheid die haar werd aangeboden. Toen bleek dat Brigitte Heitzer als Donna doorgaans niet alle voorstellingen zou spelen, besloot Wieneke zelf een vraag op tafel te leggen. “Ik heb gewoon gevraagd: kan ik die andere voorstellingen dan niet doen? Daar heeft Hans mee ingestemd. Soms moet je dus ook een beetje brutaal durven zijn; het antwoord kan nee zijn, maar het kan ook ja zijn. Dat heb ik vaker gedaan. Ik denk vaak: ik vraag het gewoon.”
Tijdens dat seizoen kreeg ze fysiek een flinke tegenslag te verwerken doordat haar kruisband scheurde. Rosie was een rol waarin Wieneke veel fysieke energie wilde leggen, waardoor ze haar plannen moest aanpassen aan wat haar lichaam op dat moment toeliet. Haar bereidheid om zelf mogelijkheden te creëren bleef overeind. Die eigenschap had ze eerder ook laten zien bij Hij Gelooft in Mij. Wieneke speelde Ria Bremer en was understudy van Friedel van Galen; toen gedurende het repetitieproces een mogelijkheid ontstond rond het coveren van Rachel Hazes, nam ze zelf contact op met regisseur Ruut Weissman en vertelde ze dat die rol volgens haar goed binnen haar positie paste. “Zo kunnen balletjes gaan rollen. Je kunt wachten totdat iemand iets bedenkt, maar soms moet je zelf vragen of iets mogelijk is. Dat heb ik door mijn carrière heen vaker gedaan; ik ga ergens voor en zie vervolgens wel wat het antwoord wordt.”
Talent groeit wanneer het ruimte krijgt
De ervaring die Wieneke gedurende al die jaren verzamelde, houdt ze allang niet alleen voor zichzelf. Ze geeft zang- en acteerworkshops, coacht en regisseert, waardoor haar aandacht regelmatig verschuift van haar eigen rol naar de ontwikkeling van iemand anders. Dat proces kan haar zichtbaar enthousiast maken: met een paar aanwijzingen ziet ze soms iets tevoorschijn komen wat al in iemand aanwezig was, maar nog onvoldoende ruimte kreeg. “Het is fantastisch om te zien dat iemand soms met een paar kleine aanpassingen of aanwijzingen zo tot bloei kan komen. Heel vaak heeft dat te maken met meer in jezelf geloven; dat is soms al de helft. Ik vind het prachtig wanneer iemand er echt durft te gaan staan.”
Bij iemand die een grote rol speelt, geeft Wieneke daarom graag een aanwijzing die in eerste instantie bijna strijdig kan voelen met bescheidenheid: speel alsof jij de ster van de avond bent. Het gaat om het vertrouwen waarmee iemand zijn of haar eigen aandeel volledig durft te dragen. “Dat voelt voor veel mensen raar, want je wilt helemaal niet denken: kijk mij eens. Ieder sociaal en normaal mens heeft ergens dat stemmetje dat vraagt wie er op hem zit te wachten. Toch maakt het iemand leuk om naar te kijken wanneer diegene geniet en denkt: ik mag hier staan. Als iemand die klik weet te maken, vind ik het een klein wonder wat er gebeurt; iemand durft dan ineens de ruimte in te nemen.”
Wieneke past die gedachte nog altijd op zichzelf toe, zeker wanneer de bekende onzekere stemmetjes zich weer melden. Een bijrol hoeft volgens haar nooit klein te worden doordat er minder minuten voor zijn geschreven; de betekenis van een personage wordt eveneens bepaald door hoeveel overtuiging een acteur eraan durft te geven. Mrs. Green in The Prom werd daarvan een treffend voorbeeld. Tijdens de coronaperiode deed Wieneke oorspronkelijk auditie voor Angie Dickinson, de rol die uiteindelijk door Joke de Kruijf werd gespeeld. Ze had die auditie samen met Marcel Visscher uitgebreid voorbereid en vond het vooral heerlijk om weer intensief met haar vak bezig te zijn. Hans Cornelissen zag vervolgens iets totaal anders en vroeg haar voor Mrs. Green, zonder dat Wieneke daarvoor auditie had gedaan. “Ik had daar helemaal geen auditie voor gedaan, terwijl anderen dat wel hadden. Mrs. Green staat op papier ongeveer twintig minuten op het toneel, maar heeft een heel belangrijk aandeel in het verhaal; zonder haar is er eigenlijk geen probleem. Ik heb gemerkt hoeveel je van zo'n rol kunt maken als je haar breed durft neer te zetten. Ik kreeg er ontzettend leuke reacties op en dacht: wat grappig, het is op papier misschien maar dit, maar het is wat je ervan maakt.”
Dat inzicht reikt voor Wieneke verder dan het podium. Mensen kunnen zichzelf gemakkelijk kleiner maken dan nodig is, terwijl er iets bijzonders gebeurt zodra iemand zichzelf toestaat werkelijk aanwezig te zijn. “Als iemand die van zichzelf misschien heel timide is ineens die ruimte durft in te nemen, komt er een energie vrij. Dat kan mij echt ontroeren. Iedereen heeft de neiging zichzelf iets kleiner te maken, terwijl dat helemaal niet nodig is. Je mag die ruimte innemen.”
De koningin van de complimentjes
Ruimte innemen betekent voor Wieneke tegelijkertijd nooit dat er minder ruimte voor een ander overblijft. Daarin zit een van de mooiste tegenstellingen in haar karakter: ze kan uitgesproken zijn en vertelt zonder omwegen dat ze doorgaans zegt wat ze denkt, terwijl ze haar woorden vanuit een goede intentie wil gebruiken. Met de jaren is ze zich bovendien steeds bewuster geworden van de manier waarop eerlijkheid bij een ander kan binnenkomen. “Ik ben gewoon heel eerlijk en durf echt wat te zeggen. Dat werkt soms heel goed en soms minder goed. Ik ben me ervan bewust dat ik iets soms ook voor me moet houden. Wat ik wel weet, is dat het bij mij altijd vanuit een goede plek komt; als ik iets zeg, is het nooit mijn bedoeling om iemand te kwetsen.”
Een recente ontmoeting met de Vlaamse musicalactrice Ann Van den Broeck, die het afgelopen seizoen speelde in Elisabeth en Je Anne speelde, bracht nog een andere eigenschap naar boven. Ze hadden ongeveer twintig jaar niet meer samengewerkt en deelden opnieuw een kleedkamer, toen Ann haar ineens de ‘koningin van de complimentjes’ noemde. Wieneke had zichzelf nooit op die manier bekeken, totdat ze zich realiseerde hoe vanzelfsprekend het voor haar is om iets moois ook daadwerkelijk tegen iemand uit te spreken. “Als ik tijdens een repetitie iets moois zie, zeg ik het gewoon. Dan zeg ik: wat heb je dat goed gedaan, wat is dit een gave scène of wat is dat kind geweldig. Ik benoem de dingen die ik tof vind. In de aanloop naar een première probeer ik zoveel mogelijk collega's een compliment te geven, want je weet zelf hoe fijn het is om met een goed gevoel richting zo'n première te gaan.”
Daar komen veel lijnen uit haar leven op een natuurlijke manier bij elkaar. Wieneke weet uit eigen ervaring hoeveel moed het soms vraagt om ergens te gaan staan; ze kent de onzekerheid waarmee iemand zichzelf kan vergelijken met anderen en weet hoe een afwijzing vragen naar voren kan laten komen die lang niet altijd iets zeggen over iemands talent. Ze voelt mede daarom zo goed aan wat een paar oprechte woorden op het juiste moment kunnen betekenen. Thuis krijgt de liefde voor muziek ondertussen een nieuwe vorm. Haar zoon heeft ambities als muziekproducer en maakt dingen waarvan Wieneke vol trots zegt dat zij hem die niet nadoet; haar twaalfjarige dochter voelt zich eveneens aangetrokken tot musical, al kijkt haar moeder rustig hoe die belangstelling zich verder ontwikkelt. Wieneke weet als geen ander dat een passie zich mag ontvouwen zonder dat iemand op jonge leeftijd al hoeft te weten waar die uiteindelijk uitkomt. Daar ligt de mooiste verbinding tussen de jonge Wieneke en de vrouw die na 27 jaar nog altijd op de planken staat. Het vijfjarige meisje dat bij haar oma naar The Sound of Music keek, kon niet weten dat ze ooit zelf Maria zou spelen; de twaalfjarige Wieneke die wakker lag na Les Misérables kon nauwelijks geloven dat de wereld die haar zo betoverde later haar werk zou worden. De onzekere brugklasser hoefde haar onzekerheid evenmin eerst kwijt te raken voordat ze naar de conrector stapte en vroeg of ze tóch met het schooltoneel mee mocht doen. Haar kracht zat al die tijd in iets wat telkens groter bleek te zijn: de liefde voor wat ze deed en de bereidheid om daar werkelijk voor te gaan. Die liefde is in de loop van haar carrière breder geworden, doordat Wieneke haar talent inmiddels ook gebruikt om anderen te laten groeien. Ze kan zelf een podium innemen en tegelijkertijd zien wanneer iemand naast haar een compliment nodig heeft; ze kan iemand leren om steviger te gaan staan, terwijl ze zelf nog altijd dat oude stemmetje kent dat zich afvraagt wie er eigenlijk op haar zit te wachten. Ze kan terugkijken op een groot verlies en daarin, zonder het verdriet kleiner te maken, de dankbaarheid bewaren voor 27 prachtige jaren met haar moeder. Verbinding, talent, kracht en liefde komen daardoor bij Wieneke samen in de manier waarop ze haar vak beleeft, mensen benadert en herinneringen met zich meedraagt. Na alles wat Wieneke zelf heeft geleerd over onzekerheid, vertrouwen en de moed om ergens voor te gaan, is het wellicht geen toeval dat een van haar belangrijkste lessen aan anderen uiteindelijk zo eenvoudig klinkt. Het is een overtuiging die ze zelf als meisje al leefde, lang voordat ze haar onder woorden kon brengen, en die ze tegenwoordig met haar ervaring aan een volgende generatie kan doorgeven: “Je mag die ruimte innemen.”
Foto: Robin Kamphuis
Reactie plaatsen
Reacties