Niet langer op het gras, maar spelen op een houten vloer: de keuze van Mathijs Kuijt

Gepubliceerd op 19 februari 2026 om 07:30

Als je Mathijs Kuijt in actie ziet komen in sporthal Cleijn Duin te Katwijk, zie je een kracht met een bal die hij al dribbelend onder controle houdt. Je ziet iemand die een keuze heeft gemaakt, die ergens voor is gegaan en die zijn eigen pad aan het bouwen is. Dat pad loopt dwars door het geel-zwarte tenue van GBI van Dijk Grasshoppers in Katwijk. “Ik speel nu drie jaar basketbal en ik vind het heel leuk om te doen,” zegt hij rustig. Het klinkt eenvoudig, bijna nuchter. Achter die drie jaar gaan al heel wat seizoenen sport, keuzes, trainingen en vooral groei schuil.

Van het gras naar het hout

Voordat hij het basketbalveld had betreden, bevond hij zich op gras. “Ik begon eerst met voetbal,” vertelt Mathijs. “Ik heb zeven jaar gevoetbald, van mijn vierde tot mijn elfde.”

Voetbal was jarenlang vanzelfsprekend. Tot hij op de tribune zat en iets anders zag gebeuren. Iets dat hem niet meer losliet. “Ik zag mijn zusje Danore basketballen bij Grasshoppers, en ik vond het eigenlijk ook een hele leuke sport. Toen ben ik van voetbal afgegaan en toen ben ik naar basketbal gegaan.”

Het is een beslissing die veel kinderen nemen: stoppen met iets wat vertrouwd is, om opnieuw te beginnen. Zeven jaar lang maakte Mathijs deel uit van een team, kende hij de sport, de regels en de routine. Toch koos hij ervoor om opnieuw te beginnen. Niet omdat het moest, maar omdat zijn hart het zei.

De invloed van Danore

Basketbal is verweven binnen de familie van Mathijs. Zeker ook met de band tussen broer en zus. Danore kreeg een award als ‘Most Improved Player meiden onder 12’ in het seizoen 2024-2025. Mathijs zag van dichtbij hoe zij zich ontwikkelde en wat er mogelijk is als je ergens vol voor gaat. Die inspiratie klinkt door in zijn woorden. “Van haar heb ik veel regels en oefeningen geleerd, en veel trucjes: door de benen, achter de rug, al die andere dingen,” vertelt hij. “De snelheid ook een beetje, dus elkaar leren verdedigen, zodat je elkaar beter maakt. Dat hebben we samen ook gedaan en dan gaan we samen dus gewoon nog basketballen, ergens op een pleintje.”

Het seizoen 2023-2024 was een bijzonder jaar. Terwijl Mathijs net zijn eerste stappen zette in het basketbal, speelde zijn zusje een landelijke finale met het onder 12-team van Grasshoppers. “Ik heb het vooral beleefd als voor haar een hele leuke belevenis,” zegt hij. “Ze heeft het natuurlijk zelf meegemaakt. Ze vond het helemaal fantastisch natuurlijk. Het moment bij het gemeentehuis, toen ze met het onder 12-team kampioen werd en heel veel andere dingen. Ze was er heel blij mee. Ze heeft veel met het team getraind en zo is ze daar gekomen op de uiteindelijke fase. Ja, wel echt fantastisch.”

Hij vertelt het met trots. Je hoort geen jaloezie, noch vergelijking. Alleen de blik van een grote broer die vol bewondering kijkt naar zijn zusje, en stilletjes denkt: als je zo ver kunt komen door hard te werken, wat kan ik dan bereiken?

De eerste stap: een nieuwe sport

Drie jaar geleden stapte hij voor het eerst het basketbalveld op als speler van Grasshoppers. Niet als toeschouwer van zijn zusje, maar als iemand die zelf de lijnen oversteekt, die zelf passes geeft, schoten neemt, fouten maakt, leert, doorgaat. “Ik vond het in eerste instantie best wel lastig natuurlijk,” blikt hij terug. “Je bent een nieuwe speler en je zit met een team dat het misschien al iets langer doet. Dat is natuurlijk ook heel verschillend. Ik heb veel geleerd van mijn teamgenoot op dat moment. Zo ben ik, van mijn gevoel, iets beter geworden.”

Een nieuwe sport beginnen op je elfde is anders dan beginnen als kleuter. Iedereen om je heen lijkt al iets te weten, iets te kunnen. De bal voelt anders in je handen, de regels zijn nieuw, de bewegingen zijn onbekend. Toch ging hij door.

De wedstrijd die hij nooit vergeet

Elke sporter heeft dat ene moment dat in het geheugen gegrift staat. Voor Mathijs is dat een wedstrijd van vorig seizoen. Geen kampioensduel, geen finale, maar een wedstrijd waarin alles samenkwam: spanning, strijd, hoop en teleurstelling. “Het was vorig jaar, het was een wedstrijd. Het was een hele lastige en ook een van de spannende wedstrijden,” vertelt hij. “We stonden met drie, vier punten achter. En toen scoorden we nog twee punten en stonden we één punt achter. We kregen een vrije worp. Toen stopte het spel gewoon. Het werkte niet meer, niemand scoorde meer. Dus we bleven uiteindelijk op een gelijkspel hangen en dat was teleurstellend, omdat we best wel goed gingen in de laatste periode.”

In die paar zinnen zit alles wat sport mooi en hard maakt. De comeback, de hoop, de vrije worp, het stilvallen en het gelijkspel. Precies dat zijn de wedstrijden die sporters vormen. Je voelt dat het beter had gekund. Dit seizoen speelt Mathijs in het onder 14-team van Grasshoppers. Het is een nieuwe stap in zijn ontwikkeling. De tegenstanders zijn fysieker, het tempo ligt hoger, het spel is complexer. Hij straalt als hij over dit team praat. “Ik vind dat het team heel gevarieerd is. Snelle spelers, sterke schutters en centers. Het is heel erg gevarieerd,” legt hij uit. “Het team kan goed met elkaar samenwerken. Het passen, het overspelen, de acties. Alles gaat voor mijn gevoel al goed. Er zijn sommige puntjes waar we nog aan het werken zijn. Nu zit ik in een team waarmee je wat kan bereiken. Zoals we met dit team bijvoorbeeld 126 punten kunnen halen. Dat is nog nooit eerder gebeurd. Dus ik vond dit al voor ons team een grote prestatie, en dat vond ik best wel fijn om hoge punten te kunnen bereiken. Want vorig jaar zat ik in een team dat meestal 100 punten tegen kreeg. Dus dan is dit wel fijn.”

In één seizoen is het verhaal omgedraaid. Van team dat vaak ruim verliest, naar een ploeg die zelf de honderd over gaat. Van incasseren naar uitdelen. Van overleven naar domineren. Toch weet hij dat juist de spannende duels hem het meeste brengen. “In de spannende wedstrijden kan je dingen oppikken van de tegenstander. Waardoor je die dan weer kan gebruiken in je eigen spel. De volgende keer dat je tegen dat team speelt, kan je dat dan tegen ze gaan gebruiken.”

Ambities, inspiratie en dromen

Vraag Mathijs naar zijn voorbeelden en het antwoord komt meteen. “In de NBA vind ik heel veel spelers heel leuk, zoals Stephen Curry, LeBron James, heel veel van die soort spelers. Ik kijk wel een beetje naar ze om zoiets te kunnen bereiken bijvoorbeeld.”

Het gaat om inspiratie: om spelers die hem laten zien wat mogelijk is, wat er gebeurt als talent, discipline en liefde voor de sport samenkomen. Thuis op de bank, of op zijn telefoon, kijkt hij naar beelden, acties en highlights. “Ik haal vooral mijn kracht uit de NBA bekijken,” vertelt hij. “Met teamgenoten acties nakijken. Wat had anders gekund of wat beter gekund. Mijn kracht haal ik vooral uit het oefenen van mijn conditie, want mijn conditie is nog niet zo goed en dat moet dus wel omhoog om een goede basketballer te zijn. Daar haal ik mijn kracht uit. Vooral door te blijven oefenen en te blijven spelen.”

Het is opvallend hoe eerlijk hij is over zijn verbeterpunten. Geen grote woorden, geen stoere praat. Gewoon: dit moet beter, dus daar ga ik aan werken. Basketbal is meer dan schieten en dribbelen. Het is rennen, nog een keer aanzetten, weer terug, verdedigen, helpen, sprinten in de fast break en dan weer omschakelen. Conditie is geen detail, het is een fundering. “Ik probeer elke week twee keer hard te lopen en dan met veel snelheid, ongeveer dertig minuten,” legt hij uit.

Daar, op die momenten, als hij buiten loopt en zijn ademhaling voelt versnellen, bouwt hij aan iets wat je op het veld niet direct ziet, maar wel voelt. Minder verzuurde benen, langer volhouden, scherper blijven in de laatste minuten. Het zijn precies die dingen die het verschil maken tussen net niet en net wel.

De stille kracht van thuisfront en familie

Geen enkele jeugdspeler groeit zonder de steun van thuis. Achter elke training, elke wedstrijd en elke prestatie zit een wereld van gebracht worden, gewassen tenues, meegereisde familie, vragen na afloop en stille trots. Als Mathijs over support praat, is hij duidelijk: “Mijn ouders geven veel support natuurlijk. Ze proberen zoveel mogelijk te doen om alles omhoog te krijgen. Mijn acties, mijn conditie. Mijn familie vraagt als we dan een keer een afspraak hebben: ‘Hoe ging je wedstrijd?’ En al die andere vragen zoals: ‘Hoe ging het?’ ‘Wat ging er goed in de wedstrijd?’ of ‘Heb je gewonnen of verloren, wat had beter gekund in de wedstrijd?’ en dat soort dingen helpen ook wel.”

In die vragen zit meer dan interesse. Het is erkenning. Het is laten merken: wat jij doet, is belangrijk. Jij bent belangrijk. Die autorit na afloop, dat gesprekje aan de keukentafel, dat appje van een familielid, het maakt dat een wedstrijd blijft hangen. Niet alleen in punten en scores, maar in verhalen en herinneringen.

Voor ouders is het soms wennen om hun kind niet meer alleen maar spelend in de tuin te zien, maar als een sporter met ambities, met eigen doelen, eigen pijn, eigen trots. Precies daarin schuilt iets heel moois. Ze zien hun kind groeien. Niet alleen in lengte, maar ook in karakter.

Grasshoppers als tweede thuis

Bij Grasshoppers is hij niet alleen speler, maar ook onderdeel van een grotere club, een gemeenschap die ademt van basketbal. “Ik vind het heel goed voelen natuurlijk,” zegt hij. “De teams zijn goed. Ik vind het fijn. Je kan hier met veel mensen omgaan. Het is heel groot. Je hebt veel mensen om je heen die je kunnen helpen bij iets. De trainers zijn aardig en al die andere dingen. Dat helpt ook wel.”

Het is de plek waar hij beter wil worden, waar hij wil blijven, waar hij zijn toekomst ziet. “Je gaat mij de komende tijd nog hier zien in actie komen,” zegt hij met een glimlach. En dan, bijna als een stille wens: “Ja, waarschijnlijk. Ik hoop dat ik hier lang kan blijven spelen.”

Hij is pas dertien, maar als je hem vraagt naar dit seizoen, denkt hij niet klein. “Ik hoop dat we nog veel winnen natuurlijk,” zegt hij. “Dat we ook het samenspel nog kunnen ophogen. Dat we onze dingen in de trainingen nog verder omhoog halen, zodat het nog een beter team wordt eigenlijk. En dat zou heel fijn zijn natuurlijk.”

Het is kenmerkend voor hem dat hij niet alleen in ‘ik’ denkt, maar in ‘wij’. Het team, het samenspel, de training, beter worden als groep. Dat zegt misschien nog wel meer over zijn karakter dan welke statistiek dan ook. Mathijs is geen jongen van grote woorden. Hij is iemand die rustig vertelt, die eerlijk is over wat goed gaat en wat beter moet. Iemand die geniet van een wedstrijd waarin zijn team 126 punten maakt, maar ook scherp terugdenkt aan dat ene gelijkspel dat net geen overwinning werd. Iemand die op een pleintje met zijn zusje trucjes oefent. Die naar de NBA kijkt en probeert te begrijpen waarom iets werkt. Die twee keer per week gaat hardlopen omdat hij weet dat zijn conditie beter moet. Voor zijn ouders, die hem brachten, haalden, hem vragen stelden, hem opvingen na een teleurstellende wedstrijd en met hem meeleefden na een mooie wedstrijd, is er misschien geen grotere beloning dan dit: zien hoe hun kinderen op deze manier groeien. Hoe zij leren kiezen, leren volhouden en leren dromen. Hoe hij zijn eigen weg gaat, maar nooit vergeet waar hij vandaan komt.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.