Scott Whitmore beleeft sensationeel kampioenschap met de Ricoh Astronauts

Gepubliceerd op 28 februari 2021 om 13:00

Na het derde basketbalseizoen van de Amsterdam Astronauts, dat inmiddels twee keer de nationale beker won, werd het tijd voor een grote renovatie. De weg naar de hoofdprijs, de landstitel, werd in 1998 ingezet met als coach Ton Boot. Enkel Milko Lieverst, Raoul Heinen en Mario Bennes bleven dat gehele seizoen over. Met hoofdsponsor Ricoh konden natuurlijk heel wat spelers erbij komen. Denk aan Rolf Franke, Joe Spinks, Chris McGuthrie, Shawn Gray en Scott Whitmore. Laatstgenoemde beleefde in seizoen 1998/1999 de tijd van zijn leven, en na meer dan 20 jaar heeft Support by Report hem dan ook benaderd over zijn ervaring in Amsterdam.

Van Adelaide naar Amsterdam

Pas op 15-jarige leeftijd kwam de Australische, met Britse nationaliteit, Scott Whitmore voor het eerst in aanraking met basketbal. “Ik begon vrij laat met basketballen,” aldus Scott. “Ik vond op dat moment een basketbalclub in Adelaide, waar ik ook woon op dit moment. Ik basketbalde hier ook voor het grootste gedeelte van mijn carrière. Op dit moment coach ik ook het team hier in Adelaide.” Het is alweer 22 jaar geleden dat de Ricoh Astronauts op spectaculaire wijze het kampioenschap na 29 jaar weer terug haalde naar de hoofdstad. Best een tijd geleden, dus wellicht dat men zich ook af zou vragen wat voor speler Scott Whitmore eigenlijk precies was. “Op mijn positie was ik een ‘kleine center’. Ik ben 2m04 lang, dus niet echt te vergelijken met de lengte en body die Milko Lieverst en Matthieu ten Dam hadden. Met 95 kg was ik ook best licht voor een center. Ik zou ook zomaar een power forward kunnen zijn, maar niet minder dan dat.”

Coachend langs de zijlijn

Scouting via videobanden

Zoals gezegd, na het derde seizoen in 1997/1998 werd het tijd voor een nieuw tijdperk voor de Astronauts. Een nieuwe coach kwam er aan te pas, en veel nieuwe spelers moesten zorgen om na bijna 30 jaar de landstitel weer terug te halen. Scott was, zoals gezegd, één van de nieuwelingen. “Tegenwoordig gaat bijna alles in het leven via internet,” beweert Scott. “In 1998 bevond je je nog niet in een dusdanig tijdperk. Het scouten ging voornamelijk via de klassieke videobanden. Een Amerikaan met wie ik in Adelaide speelde belde mij op om mij te vertellen dat er teams in Europa geïnteresseerd waren in type spelers zoals ik. Hiervoor werden videobanden gestuurd, want ja, er werden op dat moment natuurlijk geen wedstrijden gestreamd via internet. Ik was in gesprek met drie teams: een Tweede Divisie team in Griekenland, de Ricoh Astronauts in Amsterdam en een team in Londen. Ik vond in Londen spelen met vijf Amerikanen in het team meer iets hebben van een all star team. Vervolgens kwam ik in contact met Ton Boot van de Astronauts. Ik wist dat zij de nationale beker al in 1997 en 1998 wonnen, dus ik wilde daar aan de slag. Achteraf was dit de beste tijd van mijn leven! Ik heb van die tijd nog altijd maar twee dvd’s overgehouden: de bekerfinale in 1999 tegen Hans Verkerk Keukens Den Helder en de zevende play-offwedstrijd tegen Den Helder. Basketbal werd in Nederland toen niet veel op televisie uitgezonden.”

Eén van zijn stepback schoten namens de Astronauts

Lovende woorden over coach Ton Boot

Spelen onder Ton Boot is voor spelers vaak genoeg een zware opgave. Scott ging de uitdaging aan, en net als de rest van het team leidde dat ook voor hem naar een groot succes. “Toen ik aankwam in Amsterdam was mijn teamgenoot Shawn Gray drie maanden mijn huisgenoot. Shawn en ik konden daardoor al snel goed met elkaar overweg. Hij bleef ook nog een seizoen langer bij de Astronauts. Zoals iedereen wel weet is Ton Boot een strikte coach die precies weet hoe en op welke manier hij dingen binnen het team gedaan wil krijgen. Het is een coach die je ligt of niet. Ik vond hem geweldig! De harde discipline die hij hanteert vond ik totaal niet erg. Sterker nog, zoiets heeft mij ook tot een betere speler gemaakt, en de rest van het team ook. Zolang je zijn spel, zijn principe en de wil om te willen winnen in zijn ogen begrijpt, dan ga je onder zijn leiding een goed seizoen tegemoet en krijgt iedereen de kans. Ik kreeg gemiddeld 20 minuten per wedstrijd, maar dat vond ik totaal niet erg, niet als dat zou betekenen dat je als team op het veld en ook buiten het veld sterker wordt. Ik heb bij de Astronauts de tijd van mijn leven gehad, en vrienden voor het leven gemaakt. Vandaag de dag heb ik nog contact met veel van mijn teamgenoten in die tijd.”

De lovende woorden van Scott over Ton Boot geven eens te meer aan wat voor input hij als coach heeft gehad namens de Astronauts.

Joe Spinks; de inspiratie binnen het Amsterdamse basketbal

Scott kwam in een team terecht waar veel spelers van de Astronauts echte boegbeelden zouden worden, en tegenwoordig nog steeds zijn voor het Amsterdamse basketbal. Spelers als Mario Bennes, Joe Spinks, Chris McGuthrie en de rest van het team lijkt iets waar veel andere spelers en liefhebbers van zouden dromen. “Zij waren allemaal zeer professioneel. Ik ben echt op het juiste moment in het team in Amsterdam terecht gekomen. Een speler als Joe Spinks is ongetwijfeld voor elke basketballiefhebber in Amsterdam en heel Nederland een zeer groot voorbeeld van inspiratie. Zijn vechtlust en wil om te winnen is in alle opzichten goud waard. Ik heb met veel Amerikaanse spelers gespeeld, maar hij is de allerbeste Amerikaanse speler die ik als teamgenoot heb gehad. Chris McGuthrie had het vermogen om het spel goed te lezen en uit te pakken met onnavolgbare schoten, keer op keer. Mario Bennes en Milko Lieverst zijn spelers die voor niets of niemand uit de weggaan, en voor alle aanvallers erg lastig zijn. Alle teamgenoten waren fantastisch. We hadden buiten het veld enorm veel plezier, en op het veld was het serious business! Zij wilden allemaal winnen, en we hadden 10 spelers die ook voor een Amsterdams karakter konden zorgen. Ton Boot wist van ons allemaal dat wij wilden winnen. Iedereen kwam onder zijn leiding aan de beurt, daar was geen ontkomen aan. Het was mooi om te zien dat Raoul Heinen enorm groeide in zijn spel en als persoon. Hij zat op dat moment nog op de middelbare school, en in combinatie met basketballen ging dat ook zeker goed.”

Dreigend noodlot door blessures

De Astronauts begonnen vrij moeizaam aan seizoen 1998-1999, maar na een paar wedstrijden vond de ploeg van Ton Boot zijn draai. “Toen eenmaal een reeks overwinningen volgden kregen we steeds meer vertrouwen in het verloop van het seizoen,” herinnert Scott zich. “We behaalden de bekerfinale tegen Den Helder, en wisten deze ook te winnen met 85-79. Dat was de derde keer oprij dat Amsterdam de nationale beker won, en ik vond het super om die derde met ze te mogen meemaken. Richting de play-offs werd het moeilijker. We kregen te maken met diverse blessures. Joe kreeg last van zijn enkel, Matthieu ten Dam raakte geblesseerd en in de laatste wedstrijd van het reguliere seizoen liep ik een vervelende kuitblessure op tegen Libertel Dolphins Den Bosch. In de kwartfinale van de play-offs tegen Gunco Rotterdam speelde ik dan ook niet. Gelukkig kwamen we deze best-of-three serie ondanks onze blessures goed door. Ik had gehoopt dat ik in de halve finale tegen Den Bosch er wel bij kon zijn. Helaas was dat ook niet het geval, en deze blessures hadden zomaar het einde van het seizoen kunnen betekenen. Het was een moeilijke play-off serie die na een vijfde beslissende wedstrijd in ons voordeel eindigde.”

Opponent Hans Verkerk Keukens Den Helder

De Ricoh Astronauts hadden vijf wedstrijden nodig om de finale van de play-offs te bereiken. Dat lukte al eerder in seizoen 1996-1997. Tegen Libertel Dolphins Den Bosch lukte het na zeven wedstrijden net niet om een kampioenschap te halen. Twee seizoenen later deed zich een nieuwe kans voor, dit keer tegen de landskampioen Hans Verkerk Keukens Den Helder. Scott weet nog hoe het was om zeven wedstrijden tegen ze te spelen, en om eindelijk weer terug in actie te komen namens de Astronauts. “Den Helder had een heel sterk team. Chris Mims was een speler die net als ik een ‘kleine center’ is. Klein als in zijn lengte voor 1m99 als center, maar Mims was enorm atletisch gebouwd waardoor hij de aanjager was onder de borden bij Den Helder. Mooi om naar te kijken, maar enorm lastig om tegen te spelen. Verder hadden ze in Tony Miller een fantastische point guard die niet schuwde om met zijn snelheid en schot zonder problemen op meer dan 20 punten te eindigen. Ook Erwin Hageman was een speler die Den Helder enorm veel waarde bewees. Kortom, een behoorlijk lastige opponent.”

Sensationele finaleserie

Hoewel gedurende dat seizoen tegen die lastige opponent meerdere keren werd gewonnen, leek een deceptie aanstaande te zijn voor de Astronauts. Omdat Amsterdam op de eerste plek eindigde in de reguliere competitie, kregen zij het thuisvoordeel in de finale van de play-offs. De opdracht was simpel: vier van de maximaal zeven wedstrijden winnen en je bent kampioen. Maar gelijk in de eerste thuiswedstrijd ging het al helemaal mis. “Je begint sterk aan de eerste minuten van de eerste play-offwedstrijd. Dan weet je dat er zeker meer in zit gedurende deze serie,” beweert Scott. “Echter, ineens begint Den Helder aan zo’n enorme tussensprint dat een wedstrijd al vroegtijdig wordt beslist. Je bent je thuisvoordeel kwijt, en je moet minstens een keer in Den Helder winnen om nog kampioen te kunnen worden. Doordat Den Helder van de eerste vier wedstrijden er drie won, stonden we met 1-3 achter in de play-offserie. De meeste basketbalvolgers hadden waarschijnlijk al gedacht dat de landstitel voor de tweede keer oprij naar Den Helder zou gaan. Op dat moment kwam ik weer terug in actie. De rest van het team liet het zich niet gebeuren dat na een jaar bouwen en hard werken we zonder landstitel het seizoen zouden afsluiten. Het werd een lastige opgave; we moesten drie keer oprij winnen om de landstitel te pakken, en Den Helder hoefde er nog eentje te winnen. De vijfde wedstrijd speelden we thuis, en wonnen we met 63-49. Dat was de eerste, nog twee te gaan dus. Echter, de zesde wedstrijd was in Den Helder. De sporthal daar was volgeladen. Alles was al helemaal geregeld voor sensatie, want zij wisten zeker dat het moment voor Den Helder zou aanbreken en dat de landstitel voor Den Helder zou zijn. Wij trokken ons niks van al deze omstandigheden aan. Dat zou ook niet mogen, wij moesten gewoon als team ons werk doen en ervoor zorgen dat wij in Den Helder zouden winnen. Die wedstrijd hebben we gedomineerd, en ervoor gezorgd dat met een 59-76 overwinning het feest in Den Helder niet doorging. Dat betekende voor ons dat we niet alleen een beslissende wedstrijd zouden spelen, maar dat wij sinds de eerste wedstrijd ook ons thuisvoordeel zouden terug krijgen.”

Twee overwinningen gehad, nog maar één te gaan dus voor Scott en zijn teamgenoten. Echter, wat zegt een thuisvoordeel in de finaleserie. De Astronauts werden in de eerste wedstrijd thuis verslagen, en Den Helder werd in de zesde wedstrijd in hun eigen hal verslagen. Een zevende wedstrijd zou met duizenden mensen in de Apollohal uitlopen tot een grootse sensatie. “Ook in deze wedstrijd begonnen we niet lekker. Den Helder leek bij rust op een grote voorsprong te komen, maar dat viel gelukkig nog mee. Na rust stonden we allemaal op het juiste moment op. Joe kreeg 1 tegen 1 steeds meer gelegenheden om te scoren, Chris gooide zijn herkenbare boogballen erin en Raoul gooide in de slotfase een dusdanig belangrijke driepunter erin waardoor met al deze elementen de landstitel in zicht was bij 56-49. Ik heb mij nog nooit in zo’n situatie en in zo’n ambiance begeven. Ik kan het mij nog goed herinneren om de cup in handen te hebben, met alle fans om ons heen en de champagne. Het was de tijd van mijn leven! Er is één ding waar ik spijt van heb. Ik en Raoul hebben onze jersey uitgedaan en in het publiek gegooid. Ik heb daardoor mijn jersey niet meer teruggevonden, want anders had ik het nog aan de muur gehangen of ingelijst. Mijn broek heb ik nog wel, maar mijn jersey heb ik uit alle enthousiasme in het publiek gegooid.”

Scott heeft het Amsterdamse basketbal altijd op de voet gevolgd. Tijden als toen zijn niet meer te vergelijken met wat er nu in Amsterdam is. “Ik denk dat ze in Amsterdam meer moeten nagaan over wat het publiek en jonge basketballers zouden willen zien als het gaat om professioneel basketbal. Spelers als Joe Spinks, Chris McGuthrie, Mario Bennes, Milko Lieverst, Teddy Gipson, Peter van Paassen en Avis Wyatt zijn allemaal helden geweest voor het Amsterdamse basketbal, en ongetwijfeld een dusdanige inspiratie geweest dat de jeugd in die tijd daardoor sterker is geworden. Amsterdam zou meer van dat soort helden nodig hebben om het weer te laten bloeien tot waar het in de jaren 90 en de 2000 jaren was. Zoiets zorgt voor meer entertainment en meer bezoekers die zich kunnen identificeren met hun club in de hoofdstad.”

Bovenstaande afbeeldingen stonden garant voor het Amsterdamse Basketbal: sensatie, spanning, vriendschap, successen en beleving. Zoals het hoort te zijn!


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.