Een stem kan een kamer vullen, en een schilderij kan iemand laten reizen in de verbeelding. Bij Yasmijn Kooren en Rowan Meereboer komen die twee werelden samen in één huis en één liefde voor verbeelding en zingeving. Hun verhaal draait om twee passies: klassieke zang en schilderkunst. Over hoe zij die beleven, hoe zij elkaar daarin inspireren en hoe kunst bij hen niet losstaat van het leven, maar door hun dagen heen beweegt. Foto's: Mary Brommer
Yasmijn: klassieke zang als symbool voor wie zij is
Yasmijn Kooren is net dertig jaar en studeerde muziektheater klassiek aan Fontys in Tilburg. Die periode heeft haar op een diepe manier gevormd. Zingen is voor haar verbonden met haar stemming, haar identiteit en de manier waarop zij de wereld binnenlaat. “Mijn ouders vertelden dat ik, toen ik één was, liedjes die zij mij leerden al heel zuiver na-neuriede,” vertelt Yasmijn. “Mijn moeder dacht: dit is nog een baby, dit kan toch eigenlijk helemaal niet. Ik neuriede dus al heel vroeg veel. Later kwam de musical in groep acht en ontdekte ik dat ik acteren bij het zingen ook heel erg leuk vond. Vanaf mijn negende ging ik op zangles bij een blinde man, een heel lieve man, die juist doordat hij blind was een extra goed ontwikkeld oor had. Daar heb ik uiteindelijk tot mijn negentiende zangles gehad en hij heeft mij geholpen aangenomen te worden op het conservatorium.”
Daarna volgden nieuwe muzikale stappen. Ze zong in een bandje, deed mee aan het Juniorsongfestival, de Music Inn en schooltoneel, en kwam uiteindelijk op het punt waarop ze moest kiezen wat ze wilde worden. “Ik koos een beetje tussen psychologie, filosofie of zang. Toen ging ik naar de open dag van Fontys in Tilburg. Ik zag daar mensen zo mooi zingen en acteren, echt een verhaal vertellen. Toen dacht ik: als ik dit ook kan leren, dan wil ik dit ook. Daarna ben ik als een gek auditie gaan doen en lessen gaan nemen. Het eerste jaar werd ik niet aangenomen. Het jaar daarop deed ik de vooropleiding in Rotterdam en daarna werd ik aangenomen voor klassiek in Tilburg. Ik ontdekte bij Fontys welke kleuren je allemaal in je hebt en wat je kunt laten zien. Wat mij in die periode heel veel geluk gaf, was dat er veel gelijkgestemden waren. Mensen van dezelfde leeftijd met dezelfde passie. Je kon daar echt je passie delen. De docenten waren ook heel nauw met je verbonden. Het voelde bijna alsof een soort papa en mama je professioneel gingen opleiden. Dat voelde heel veilig. Juist daardoor kon je veel uitproberen.”
Foto's: Peggy de Haan
Rowan: schilderen als rust, beweging en innerlijke ruimte
Rowan Meereboer is net dertig. Hij studeerde culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Dat past goed bij de manier waarop hij kijkt. Hij observeert, voelt sfeer aan en zoekt naar wat onder de oppervlakte ligt. “In de coronaperiode ben ik weer begonnen met schilderen. Daar kon ik mijn creativiteit goed in kwijt. Als kind tekende ik veel en als tiener schilderde ik veel. Ik zat op een vrije school, dus tekenen en schilderen waren ook onderdeel van het vakkenpakket. Ik ben er eigenlijk altijd mee bezig gebleven, tot ik ging studeren. Toen corona kwam, ben ik opnieuw gaan schilderen, maar dit keer serieuzer. Ik probeer mezelf daarin echt te trainen, ook om realistisch te kunnen schilderen.”
Dat opnieuw beginnen bleef niet onopgemerkt. Yasmijn vertelt trots dat onder meer de koeien die in de ruimte hangen door Rowan zijn geschilderd. Ook hangen er werken van hem in een koffietentje in Bergen, exposeert hij af en toe, verkoopt hij soms iets en maakte hij zelfs een kalender met zijn schilderijen.
Het technische en het gevoelsmatige
Wanneer Yasmijn en Rowan vertellen wat zang en schilderkunst cognitief en gevoelsmatig met hen doen, wordt duidelijk hoe diep beide disciplines reiken. Bij Yasmijn begint het instuderen van een lied met analyse, bladmuziek, maatsoort en solfège. Zodra zij een nieuw lied krijgt, opent zich een verhaal. “Het cognitieve bij zingen zit voor mij in de solfège. Op het moment dat je een stuk gaat instuderen, kijk je naar de maatsoort en onderzoek je de bladmuziek helemaal. Het gevoelsmatige zit in wat er gebeurt als ik een nieuw lied mag instuderen. Dat voelt voor mij hetzelfde als een nieuwe Netflix-serie. Ik zie meteen een verhaal achter het lied. Het geeft me dus zowel cognitieve als emotionele input.”
Bij Rowan begint het schilderen eveneens met kijken. Goed kijken naar diepte, verhouding, kleur, techniek en de manier waarop iets ruimtelijk wordt. “Cognitief train ik mezelf steeds meer om goed te kijken. Ik leer kijken naar diepte, naar het mengen van de juiste kleuren en naar allerlei technische dingen. Soms is het ook een soort meetkunde, wanneer je diepte of een bepaald idee wilt schilderen. Het schilderen is echter niet alleen iets technisch maar hee ook te maken met sentiment. Gevoelsmatig brengt het schilderen mij rust. Het is ook een uitlaatklep. Het brengt je een beetje terug naar een soort kinderlijke fantasie.”
Zijn onderwerpen kiest hij veel vanuit gevoel. Landschappen, dieren en portretten komen regelmatig terug. Reizen naar Nepal en Mexico leverden foto’s op van mensen, plekken en sferen die hij later in verf opnieuw probeert te benaderen. “Ik schilder vooral wat ik leuk vind. Dat zijn vaak landschappen, dieren en portretten. Ik ben bijvoorbeeld in Nepal en Mexico geweest en heb daar veel foto’s gemaakt, ook van mensen. Die portretten schilder ik dan later. Ik schilder figuratief, niet abstract, maar ik schilder vooral dingen die bij mij een bepaald gevoel oproepen. Als ik een foto of plaatje zie en dat roept iets op, dan maak ik daar een foto van en schilder ik het later na.”
Daarin zit veel van Rowans schilderkunst besloten. Hij legt niet alleen vast wat hij ziet, maar ook wat hij erbij voelt. De sfeer komt terecht in zijn kleuren, in zijn ritme en in de beweging van zijn hand. “Dat gevoel zit er altijd in, ook in je kleurenkeuze. Wanneer je bijvoorbeeld bladeren schildert, ben je heel erg aan het stippen. Daar zit een bepaald ritme in. Het is alsof je met je hand danst. Schilderen lijkt voor mij soms ook op dansen met je hand.”
Hoe zij elkaars talent zien
Een van de mooiste momenten in het gesprek ontstaat wanneer Yasmijn en Rowan wordt gevraagd om elkaars talent te omschrijven. Yasmijn kijkt naar Rowans werk en ziet iets wat al aanwezig is voordat de verf haar uiteindelijke vorm heeft gekregen. “Rowan proeft de sfeer met zijn penseel. Hij schetst altijd eerst alles en daarna geeft hij het kleur. Voor mij heeft het eigenlijk al kleur als hij het alleen nog maar geschetst heeft. Ik zie meteen de sfeer als hij iets gemaakt heeft. Dat vind ik altijd heel indrukwekkend aan hem.”
Het zegt iets over zijn manier van kijken, maar ook over de manier waarop Yasmijn hem ziet. Ze kijkt niet alleen naar het eindresultaat. Ze ziet hoe de sfeer al in hem aanwezig is voordat het schilderij volledig zichtbaar wordt. Rowan zoekt op zijn beurt naar woorden voor wat hij ervaart wanneer Yasmijn zingt. Juist doordat spreken voor hem niet altijd toereikend voelt, wordt zijn omschrijving des te oprechter. “Bij Yasmijn zie ik heel veel kracht wanneer ze zingt. Ze zit er echt in en straalt veel kracht uit. Met spreken kom je soms niet helemaal bij wat je bedoelt. Zingen raakt volgens mij iets universeels. Je zegt dan meer dan alleen met woorden. Zelfs wanneer je de tekst niet helemaal begrijpt, voel je waar het over gaat.”
Voor Yasmijn is een lied nooit zomaar een lied. Ze zoekt steeds naar de essentie, naar de boodschap die door de muziek heen gedragen moet worden. “Ik probeer bij elk lied dat ik zing een soort boodschap te hebben. Ik vraag mezelf af waar het in essentie over gaat en hoe ik dat kan overbrengen.”
Dat overbrengen heeft voor haar ook te maken met de wereld van opera en muziektheater. Muziek is de kern, maar niet het enige middel. Het spel, de kostuums, het decor, de ademhaling, de blik en de lichaamstaal dragen allemaal bij aan het verhaal. Juist daardoor kan een publiek geraakt worden zonder ieder woord letterlijk te verstaan.
Foto's: Mary Brommer
Inspiratiebronnen die deuren openen
Wanneer Yasmijn spreekt over de Amerikaanse operazangeres Joyce DiDonato, is duidelijk dat zij niet alleen luistert naar klank. Ze luistert naar aanwezigheid, adem, rust en de manier waarop iemand een lied niet alleen zingt, maar bewoont. “Joyce DiDonato inspireert mij. Ik ben naar een optreden van haar geweest. Elke zin in het lied ademde. Adem is sowieso een heel belangrijk fundament in zingen, maar bij haar was het alsof ze constant in een meditatieve staat van zijn zat. Die rust bracht zij ook over. Toen dacht ik: dat wil ik ook kunnen.”
Bij Rowan ligt inspiratie in schilderijen die iets openen. Niet één specifiek werk, maar meerdere kunstenaars die op verschillende manieren een deurtje in hem openzetten. “Ik kan niet één specifiek schilderij noemen, maar schilderijen van Van Gogh of andere impressionistische schilders, zoals Paul Gauguin en Monet, openen wel iets in mij. Verschillende schilderijen openen verschillende soorten deurtjes. Bij impressionistische schilders zie ik heel veel gevoel. Bij Gustav Klimt zie ik iets bijna onmenselijks, iets hogers. Alsof hij iets hogers probeert te bereiken of te laten zien.”
Die uitspraak past goed bij de manier waarop Rowan later in het gesprek over kunst zal spreken. Wat herkennen zij van zichzelf in elkaars werk? Bij Yasmijn komt onmiddellijk harmonie naar voren. Niet alleen als muzikaal begrip, maar als levensgevoel. “Wat ik in zijn schilderijen van mezelf herken, is het streven naar harmonie in kleur en vorm. Dat heb ik ook heel erg. Daarom houd ik denk ik ook zo van bloemen, haha Ik houd ervan als dingen in een ruimte mooi op elkaar zijn afgestemd, zodat je rust krijgt in eenheid en kleur. Dat herken ik wel in mezelf.”
In Yasmijns zang herkent Rowan kwetsbare emoties die mensen in het dagelijks leven nauwelijks bespreken. Hij ziet hoe haar stem herinneringen aanraakt, zeker bij ouderen voor wie zij vaak zingt. “In haar zang herken ik kwetsbare emoties die mensen normaal niet echt bespreken. Ik ga natuurlijk vaak mee als zij zingt, vaak voor oudere mensen. Dan zie ik dat mensen emotioneel worden of huilen. Volgens mij raakt zij iets aan wat iedereen wel heeft. Het roept herinneringen op. Dat stukje kwetsbaarheid heeft iedereen, denk ik.”
Yasmijn zingt veel voor oudere mensen en heeft ook gezongen voor mensen met een beperking. Juist daar voelt zij hoe muziek verbinding kan scheppen in een gezamenlijk moment waarin iedereen mag bestaan zoals hij of zij is. “Ik hoop dat mensen voelen dat iedereen mag zijn wie hij is. Ik zing veel voor oudere mensen en ik heb ook voor gehandicapte mensen gezongen. Ik vond het heel ontroerend hoe ze volledig meegingen in wat ik tussendoor vertelde en in wat ik zong. Er was interactie. Ik voelde een soort verbondenheid met iedereen, een soort gelijkheid. Niet dat je het publiek als een vijand ziet of als een kritische luisteraar, maar als een samenzijn. Dat vind ik belangrijk.”
Een balkon aan zee
Een van de meest filmische herinneringen uit hun verhaal speelt zich af op Corfu. Yasmijn kende daar een klassieke zangeres. Op een dag tijdens hun vakantie ontstond bij Yasmijn het idee om samen met haar te gaan zingen vanaf het balkon. “We hebben toen heel snel repertoire ingestudeerd en zijn vanaf haar balkon voor mensen gaan zingen.”
Voor Rowan was dat het eerste echte optreden van Yasmijn dat hij zich zo herinnert. De setting maakte het onvergetelijk: een balkon, de zee, stemmen in de open lucht en het lied Les berceaux van Fauré. Dat lied had voor Yasmijn bovendien een bijzondere betekenis, omdat het haar auditienummer was waarmee zij werd aangenomen op het conservatorium. “Dat was echt een optreden,” vertelt Rowan. “Ik weet nog dat je Les berceaux zong. Dat was op een balkon naast de zee. Het was heel mooi en ontroerend en de zee waarover de zong, diende als decors.”
Yasmijn: “Het lied gaat over mannen die op schepen vertrekken en hun vrouwen met hun kinderen achterlaten.”
Kunstenaarschap
Wanneer gevraagd wordt naar het moment waarop zij wisten dat ze kunstenaar wilden zijn, vertelt Yasmijn opnieuw over Fontys. Daar zag zij het verschil tussen een liedje zingen en echt iets voordragen. Daar begreep zij dat zang een vak is en een manier om verhalen te dragen. “Bij mij was dat het moment op Fontys. Toen dacht ik: dit is echt een vak.”
Rowan benadert het anders. Hij is gaan schilderen omdat hij het leuk vond. Niet omdat hij op een dag besloot kunstenaar te worden. Het woord ‘kunstenaar’ blijft voor hem groot, misschien zelfs ongemakkelijk. “Ik ben in de coronaperiode weer gaan schilderen, maar ik heb nooit echt een moment gehad waarop ik dacht: ik word schilder of kunstenaar. Ik deed het meer omdat ik het leuk vond. Ik heb nooit bewust die keuze gemaakt dat ik ging schilderen omdat ik kunstenaar wilde worden. Ik zie mezelf ook niet per se als kunstenaar. Ik vind het moeilijk om mezelf zo te betitelen.”
Wat zij van elkaar leren
Yasmijn en Rowan leren elkaar waardevolle dingen. Yasmijn: “Wat ik van Rowan leer, is dat je om inspiratie te krijgen en iets neer te kunnen zetten echt tijd nodig hebt om met jezelf door te brengen. Je moet met jezelf een wandeling kunnen maken, mediteren of een keer in je eentje naar een museum gaan. Dan kom je echt bij je eigen kern. Vanuit daar kun je geven.”
Rowan benoemt iets wat veel makers zullen herkennen: in hun relatie herkennen ze bij elkaar wanneer de druk te groot wordt. Ze kunnen elkaar daarin afremmen, niet om de kunst kleiner te maken, maar om de mens erachter heel te houden. “Soms remmen we elkaar een beetje af. Op een opleiding leer je dat niet, want daar wordt juist gestimuleerd om het zo goed mogelijk te doen. Dat is eigenlijk niet altijd gezond.”
Die gedachte komt later terug wanneer het gaat over fouten maken. Yasmijn vertelt dat Rowan haar liet voelen dat fouten mogen bestaan. Dat lijkt eenvoudig, maar voor iemand die met stem, lichaam en gevoel op een podium staat, kan het bevrijdend zijn.
Rowan ontvangt op zijn beurt iets van Yasmijn wat net zo waardevol is. Zij kijkt met liefdevolle ogen naar zijn werk, ook wanneer hij zelf vooral ziet wat nog niet klopt. Door haar blik kan hij opnieuw naar zijn eigen schilderijen kijken. “Wat mij helpt, is dat Yasmijn alles wat ik maak mooi vindt. Soms vind ik iets zelf niet zo mooi, maar dan kan ik het toch weer door haar ogen bekijken. Dan denk ik: misschien is het toch mooi.”
Daarin toont zich misschien wel het mooiste van hun wederzijdse kunstenaarschap. Zij helpen elkaar niet door alles kritiekloos te maken. Ze helpen elkaar door te laten zien wat er al aanwezig is.
Een droom waarin zang en schilderkunst samenkomen
Yasmijn en Rowan hebben al nagedacht over een gezamenlijk project. Ze noemen Museum Kranenburgh als plek die hen aanspreekt. “We hebben er weleens over nagedacht om samen te exposeren. Het lijkt ons heel leuk om in Museum Kranenburgh schilderijen van Rowan neer te zetten en dat ik dan liederen zing die per schilderij daarbij passen. Op die manier krijgt het schilderij meer sfeer en diepgang. Met muziek kun je weer andere gevoelens opwekken dan alleen met schilderen.”
Hun idee gaat nog verder. Ze willen elkaar ook creatief uitdagen. Rowan zou kunnen schilderen op basis van een muziekstuk dat Yasmijn kiest of zingt. Yasmijn stelde zelfs eens voor dat Rowan zijn ogen zou sluiten terwijl zij voor hem zong, om daarna te onderzoeken welke kleuren bij hem opkwamen.
Dat idee past volledig bij hun verhaal. Zij leven niet in gescheiden creatieve werelden. Yasmijns stem kan kleur oproepen. Rowans schilderijen kunnen muziek dragen. Hun kunstvormen blijven verschillend, maar precies daardoor ontstaat er ruimte voor ontmoeting.
Twijfel en onzekerheid zijn paden naar verdieping.
Twijfel en onzekerheid spelen in hun kunstenaarschap allebei een andere rol. Yasmijn beschrijft dat inspiratie bij haar juist ontstaat wanneer onzekerheid zo duidelijk vorm krijgt dat zij er iets mee kan. Ze noemt het bijna een paradox: zekerheid in de onzekerheid. “Bij mij ontstaat inspiratie vaak juist uit zekerheid. Als iets uit onzekerheid ontstaat, moet er een soort climax in die onzekerheid zijn geweest. Dan is er zekerheid dat het onzeker is. Op dat moment kan ik inspiratie krijgen.”
Bij Rowan ligt de verhouding tot onzekerheid anders. “Ik associeer onzekerheid heel erg met passiviteit. Als ik onzeker ben, word ik passief en val ik stil. Wel heb ik vroeger portretten van mezelf geschilderd in verschillende staten van zijn. Net zoals Van Gogh dat deed. Je schildert jezelf dan ter zelfreflectie, omdat je jezelf beter wilt leren kennen. Je geeft jezelf als het ware een kader. Ik maakte vorig jaar een beeldje van een oudere man met een baard, uit steen. Normaal schilder ik natuurlijk. Voor mij kwam dat voort uit de vraag wat het betekent om man te zijn. Vanuit die twijfel en zoektocht ging ik dat maken. In de Jungiaanse psychologie heb je verschillende mannelijke archetypen. Wanneer die in balans zijn, kom je bij het koningsarchetype. Dat probeerde ik in dat beeldje te leggen.”
Wat zij hopen dat anderen voelen
Yasmijn hoopt dat mensen bij haar concerten voelen dat ze mogen zijn wie ze zijn. Dat is een artistieke en menselijke opdracht tegelijk. Ze wil een gedeelde ruimte creëren waarin kwetsbaarheid welkom is.
Rowan hoopt dat mensen bij zijn schilderijen de sfeer voelen. Wanneer hij portretten schildert van mensen uit Nepal of Mexico, hoopt hij dat een kijker even iets voelt van die plek, alsof het schilderij een brug vormt naar een andere cultuur. Tegelijk is schilderen voor hem een manier om iets van zichzelf zichtbaar te maken wat anders verborgen blijft. “Ik hoop dat mensen de sfeer voelen. Dat is eigenlijk ook waarom ik schilder. Ik hoop dat ze een stukje van mij zien dat zich niet op een andere manier kan uitdrukken. Misschien kijken ze dan een beetje in mijn ziel. Zonder schilderen zou dat stukje verstopt blijven.”
Voor Yasmijn opent het werk van Rowan een andere wereld. “Met die Nepalese vrouw voel ik dat heel erg. Er hangt een heel mooi schilderij van hem in dat koffietentje. Wanneer je daarnaar kijkt, voel je in één keer een andere cultuur.”
Dat is precies wat kunst kan doen. Ze hoeft niet te verklaren. Ze hoeft niet te bewijzen. Ze brengt iets voelbaar dichterbij.
Twee passies die elkaar blijven voelen
Het bijzondere aan Yasmijn en Rowan is dat hun passies ruimte maken. Ze scherpen elkaar aan, geven elkaar nieuwe ogen en voegen nieuwe betekenis toe aan wat de ander maakt. Yasmijn ziet kleur in Rowans schetsen voordat hij de verf heeft aangebracht. Rowan hoort in Yasmijns zang een kracht die woorden overstijgt. Zij leert van hem dat inspiratie ruimte nodig heeft. Hij leert van haar dat schoonheid soms al aanwezig is voordat hij die zelf kan zien. Samen ontdekken ze dat kunst niet alleen ontstaat vanuit zekerheid, maar vooral vanuit eerlijkheid. Yasmijn wil mensen met haar stem laten voelen dat ze mogen zijn wie ze zijn. Rowan wil met zijn schilderijen sfeer, ziel en verborgen binnenwerelden zichtbaar maken. In hun liefde ontmoeten die twee verlangens elkaar. Wanneer luisteren liefdevol genoeg is, kan daar iets ontstaan wat anderen raakt.
Foto's: Mary Brommer
Reactie plaatsen
Reacties