Op 23 april 2026 verschijnt haar nieuwe roman De geur van appelbloesem, het begin van de historische feelgoodserie De dochters van Belvedère. Het boek belooft precies wat bij haar past: een verhaal waarin heden en verleden elkaar treffen. Karin de Graaff woont in Overijssel, in een boerderijtje net buiten de drukte. Ze is geboren in Maassluis en verhuisde later naar het oosten van het land. Ze studeerde in Arnhem en ontmoette daar haar man Maarten. Samen hebben ze twee zoons, die inmiddels het huis uit zijn.
Verhalen begonnen al vroeg voor Karin
Bij Karin ontstond schrijven uit verwondering. “Toen ik nog niet kon lezen of schrijven, zat ik een keer bij mijn vader op schoot. Hij typte het verhaaltje dat ik vertelde. Ik vond het magisch dat iedereen dat kon lezen. Verhalen schrijven deed ik veel. Mijn vader maakte er boekjes van. Een juf heeft mij een keer gevraagd om zo’n boekje bij haar in de klas voor te komen lezen.”
Die bevestiging heeft haar trouw gemaakt aan haar eigen passie. Karin volgde de kunstacademie in Arnhem en deed de lerarenopleiding tekenen. Beeld en taal liggen in haar werk dicht bij elkaar. Ze schrijft scènes op alsof ze deze eerst ziet en pas daarna opschrijft. “De rode draad in mijn leven? Dat zijn verhalen. Altijd zo geweest, ook op die tekenopleiding was ik veel bezig met illustratie. Tekenen doe ik amper meer, er zit tegenwoordig zoveel tijd in het schrijven.”
Het begin van een idee
Karin is een wandelaar. Niet alleen voor de kilometers, ook voor het denken dat dan vanzelf op gang komt. Ideeën dienen zich bij haar zelden aan achter een bureau; ze verschijnen tijdens het leven. “Vaak wordt een eerste zaadje geplant. Dan ga je erop broeden en dan wordt het groter en dan komt er meer bij.” Het woord broeden past haar karakter. Verhalen groeien bij Karin vanzelf. “Een idee kan ook onder de douche ontstaan of tijdens het koken.”
Tijdens het broeden is Maarten vaak een fijne sparringpartner. “Hij vindt het wel leuk om ook mee te denken over plots. Als ik zelf ergens niet goed uitkom, dan denkt hij mee. Tijdens een wandeling in de Pyreneeën viel een verhaalplan voor het tweede deel van mijn nieuwe serie ineens op zijn plek. Hij stelt dan ook wel de juiste vragen. Die mij weer aan het denken zetten.”
Zelf leest Karin graag. Lezen is voor haar geen werkpauze, het is brandstof. Ze vertelt hoe ze ’s avonds in bed leest. Soms kan een verhaal haar volledig meenemen. “Als een boek goed is, dan zie ik het verhaal als een film voor me.”
Noaberschap
Karin woont op het platteland en ziet daar dingen die voor inwoners vanzelfsprekend zijn, maar voor een buitenstaander verrassend. Als voorbeeld noemt ze het noaberschap. “Dat houdt in dat je als buren naar elkaar omkijkt en er voor elkaar bent, bijvoorbeeld bij een overlijden.” Tijdens het condoleren aan huis helpen alle buren ondermeer met lichtjes plaatsen en mensen ontvangen. Zulke gebruiken vindt ze ontroerend, juist omdat ze niet op effect zijn gericht. Het zijn gedeelde rituelen die het leven draaglijker maken. In haar werk vormt dat de onderlaag: gemeenschap als iets concreets, iets dat je doet. Voor haar research wil Karin voelen hoe iets is, horen hoe en waarom mensen iets doen of ervaren, weten welke details echt zijn. Ze benadert mensen gemakkelijk, mede door haar journalistieke ervaring. Het gevolg van die werkwijze zie je in haar boeken.
Een buurvrouw, een appel en het begin van Belvedère
Het meest ontroerende aan de oorsprong van De geur van appelbloesem is de eenvoud ervan. Het begon met oude appelbomen in de tuin en een appel die opvallend smaakte. “Er was destijds één appel waarvan ik direct dacht: ‘Wauw, deze is zuur en zoet tegelijk, en hij is heel sappig.’”
Karin vertelde het aan haar toenmalige oude buurvrouw Mies. Die nam de beschrijving in haar op, herkende het en zei dat niemand ooit had geweten welk appelras het was. Wat volgde was typisch iets voor Karin: onderzoeken, vragen, een deskundige langs laten komen en doorzetten tot er een antwoord kwam. Later zag ze pas dat dit niet alleen nieuwsgierigheid was, maar een eerste aanzet tot een roman. “Het leuke is dat uiteindelijk door haar opmerking het idee voor De geur van appelbloesem is ontstaan.”
In het boek draait het om een landgoed, een boerderij en een boomgaard, met een verhaallijn in het heden en een rond 1900. De appelbloesem is niet alleen een geur, maar een symbool: wat lang verborgen ligt, kan ineens openbloeien.
Blijven dromen en blijven schrijven
Karin kijkt met mildheid terug op haar jongere zelf. Ze wilde altijd al schrijfster worden, eerst kinderboekenschrijfster, later kwamen pas de ‘grote-mensenboeken’. “Ga lekker door met schrijven, zou ik nu tegen de kleine Karin zeggen. Wie weet komt je droom ooit wel uit.”
De stap naar historische feelgood kwam mede door een zetje van haar uitgever. Dat vond Karin spannend, tot de uitgever vertelde dat ze het eigenlijk al deed. “’Jij doet al hartstikke veel research’, zei ze, ‘dus volgens mij past het helemaal in je straatje’.” Tijdens de research voor deze nieuwe serie waren, en zijn, er veel opvallende momenten. “Een film, een artikel, een tentoonstelling die op mijn pad kwamen, precies over onderwerpen waarover ik op dat moment meer wilde weten. Zoveel toevalligheden… dan dacht ik echt: het heeft zo moeten zijn.”
Dat gevoel, die mengeling van nuchterheid en verwondering, vormt de toon van haar schrijverschap. Karin de Graaff schrijft niet om hard te imponeren, maar om te raken. Ze doet dat met liefde voor mensen, met respect voor het verleden en met een neus voor het kleine detail dat een groot verhaal opent. Met De geur van appelbloesem staat er opnieuw een boek klaar dat dit belooft: een roman waarin de lezer op een prachtige manier geraakt wordt door de fantasie en het talent van Karin.
Reactie plaatsen
Reacties