Madou Mieremet gaat ieder duel aan met de passie om alles uit haar spel te halen

Gepubliceerd op 30 oktober 2026 om 13:00

Een stevig duel onder het bord, vechten voor een rebound en daarna meteen weer door. Het past bij Madou Mieremet, die op haar twaalfde al jarenlang op de basketbalvelden van BS Leiden rondloopt. Ze zoekt de uitdaging op, gaat tijdens trainingen de strijd aan en groeit binnen een lichting waarin talent elkaar steeds sterker maakt. Dat basketbal al zo vroeg in haar leven verscheen, kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Haar broer Dion speelde de sport en Madou volgde. “Op een gegeven moment stopte ik, omdat ik het niet meer leuk vond. Ik wilde toen liever boksen. Rond mijn zesde ben ik weer gaan basketballen. Toen vond ik het wel leuk en ben ik het blijven doen.”

Een spel dat dicht bij haar broer ligt

Dion bleef ondertussen basketballen. Broer en zus hebben ieder hun eigen ontwikkeling, maar wanneer Madou hun spel vergelijkt, ziet ze ook duidelijke overeenkomsten. Ze voelen zich allebei thuis dicht bij de basket, zoeken de rebounds op en spelen vanuit vergelijkbare posities. “Ik ging iets sneller naar de basket dan hij, al doet hij dat nu ook beter. Voor de rest zijn we allebei wel een soort center. We pakken veel rebounds en spelen eigenlijk allebei op ongeveer dezelfde positie.”

Bij haar terugkeer in Leiden moest Madou opnieuw wennen. Ze herinnert zich die eerste periode als spannend, maar vooral ook leuk. Verschillende coaches hielpen haar vervolgens om steeds meer onderdelen van het spel te ontdekken. Ray Beers begeleidde haar toen ze net was begonnen. Later, vanaf de onder 10 tot en met haar laatste seizoen in de onder 12, kreeg Roos Guijt een belangrijke rol in haar ontwikkeling. Kevin Jordan en Daniel Kok waren in die periode eveneens als hulpcoaches betrokken. Vooral de manier waarop Guijt aanwezig was tijdens trainingen en wedstrijden is Madou bijgebleven. “Roos was lief en leerde ons heel veel nieuwe dingen, waar we vervolgens ook mee bleven oefenen. Je hoorde haar altijd door het hele veld heen. Dan riep ze waar iemand moest staan of wat iemand moest doen. Ze liet zich echt horen, maar wel op een goede manier.”

Zo kwamen er steeds meer onderdelen bij: posities leren herkennen, weten waar de ruimte ligt, sterker worden onder het bord en begrijpen hoe vijf speelsters elkaar kunnen helpen. Juist dat laatste zou steeds belangrijker worden.

Tussen de jongens wordt het anders

In het seizoen waarin Madou met Leiden onder 12 uiteindelijk landskampioen werd, kwam de ploeg terecht in een mixcompetitie en speelde daardoor veel wedstrijden tegen jongensteams. Dat vroeg iets anders. Tegenstanders waren soms fysiek sterker of speelden op een andere manier dan de teams die Madou gewend was. Tegelijkertijd leverden juist die wedstrijden nieuwe ervaringen op. “Het was een heel ander seizoen dan normaal, omdat we in een mixcompetitie speelden en daar heel veel jongensteams tegenkwamen. Daar leerden we wel meer door. We speelden daarnaast heel veel samen en de gezelligheid binnen het team was ook heel leuk.”

Het typeert een seizoen waarin resultaat uiteindelijk hand in hand ging met plezier. Leiden had kwaliteit, maar de kracht van de ploeg zat niet alleen in wat één speelster kon. De meiden raakten steeds beter op elkaar ingespeeld en konden vanuit verschillende posities gevaarlijk worden. Toen het NK dichterbij kwam, mocht blijken hoe ver dat team werkelijk was.

Een bijzonder NK om nooit te vergeten

De weg richting de landelijke finale voerde Leiden onder meer langs Grasshoppers en vervolgens Dozy Den Helder. Madou voelde vooraf dat haar ploeg ver kon komen. Zichzelf daadwerkelijk de beste onder 12-ploeg van Nederland noemen, was nog iets anders. “Het was spannend, maar ook heel gaaf dat je daar uiteindelijk met je team kon komen. Ik had wel verwacht dat we ver zouden komen. Ik weet alleen niet of ik echt had verwacht dat we uiteindelijk van heel Nederland zouden winnen met de onder 12.”

Leiden bereikte de finale en trof daarin Black Eagles. Wat volgde, werd een wedstrijd waarin Madou steeds meer verantwoordelijkheid kreeg. Aan het begin van het derde kwart viel Seline uit met een enkelblessure. Leiden verloor daarmee lengte op een positie waar Black Eagles gevaarlijk kon worden. Madou was juist een van de speelsters die daar iets tegenover kon zetten. Zodra zij naar de kant ging, werd het voor Leiden lastiger om voldoende lengte onder het bord te houden. Haar minuten stapelden zich daardoor op. “Toen ik op een gegeven moment werd gewisseld, hadden we niet echt veel lange speelsters meer over. Black Eagles had wel een lange speelster en die kon daardoor steeds naar de basket gaan. Ik moest dus weer het veld in en speelde op een gegeven moment bijna iedere minuut van de tweede helft.”

Die lange speelster was Renske Gremmen. Madou kreeg de opdracht om haar af te stoppen en moest daarin voortdurend de juiste afstand vinden. Te veel ruimte betekende een mogelijkheid om te schieten. Te dicht verdedigen kon juist de weg naar de basket openen. Achter haar stond een ploeg die klaar was om te helpen wanneer ze werd gepasseerd. Dat gaf haar zekerheid. “Ik probeerde gewoon mijn best te doen. Er waren ook heel veel andere meiden die konden helpen. Als ze langs me zou gaan, wist ik dat er speelsters in de helpside stonden en dat gaf wellicht een beter gevoel. Op een gegeven moment wist ik ook dat ik haar niet te ver vrij kon laten, want dan kon ze schieten. Ik moest dus wel een beetje afstand houden, maar ook weer niet te veel.”

Daar zit veel van Madou en van deze Leidse ploeg in. Een één-tegen-éénduel wordt nooit helemaal alleen uitgevochten wanneer vier teamgenoten achter je staan. Verdedigen begint bij degene tegenover de bal, maar krijgt kracht wanneer iedereen bereid is voor elkaar te werken. De finale bleef ondertussen kantelen.

Blijven geloven wanneer de tijd verdwijnt

In de laatste minuut leek het kampioenschap alsnog uit Leidse handen te glippen. Black Eagles raakte een moeilijk schot en kwam op 61-58. Met nog maar weinig tijd over moest Leiden iets forceren. Madou stond op dat moment op het veld. Het bestaande spel moest de ploeg terugbrengen. “Toch hadden we nog een beetje kans. De coach nam een time-out en zei dat we ons eigen spel moesten blijven spelen. We moesten eerst voor de twee punten gaan en daarna meteen proberen de bal te pakken. Toen we weer het veld in gingen, lukten die twee punten.”

Daarmee leefde Leiden weer. Niet veel later kwam de bal rond de middenlijn opnieuw in Leidse handen. De wedstrijd die bijna verloren leek, veranderde in enkele ogenblikken volledig. Leiden kwam op voorsprong en voor Madou verschoof alles onmiddellijk naar de andere kant van het veld. “Toen was het voor die laatste paar seconden vooral: nu moeten we heel goed verdedigen. We mochten ze niet meer laten schieten.”

Na alles wat er in de tweede helft van haar was gevraagd, kwam het opnieuw neer op verdedigen. Leiden moest samen nog één keer voorkomen dat Black Eagles de wedstrijd terugpakte. Het laatste fluitsignaal bracht een ontlading die Madou nog niet eerder had meegemaakt. Een seizoen met verschillende tegenstanders, de wedstrijden tegen jongensteams, het NK en een finale die tot de laatste momenten openbleef, eindigden met de landstitel. Madou zag wat het kampioenschap met iedereen om haar heen deed. “Ik was heel erg blij en trots op iedereen. Je had het eigenlijk niet verwacht, maar het was toch gelukt om met zo'n leuk team te winnen. Na de prijsuitreiking zag je dat de coach moest huilen en op een gegeven moment kwam iedereen vanuit het publiek het veld op. Er werden foto's gemaakt en iedereen gaf elkaar knuffels. Het voelde echt alsof je dacht: hebben we nou echt gewonnen? Ik kon het nog bijna niet geloven.”

Daarin kreeg het kampioenschap een betekenis die verder ging dan een medaille. De speelsters hadden het samen bereikt. Madou had bijna de volledige tweede helft moeten spelen toen haar ploeg haar lengte nodig had. Andere speelsters namen op andere momenten verantwoordelijkheid. Iedereen had iets ingebracht, precies zoals Madou vindt dat basketbal gespeeld moet worden.

Een zomer waarin 3x3 nieuwe deuren opent

Tijdens de zomer speelde Madou veel 3x3-basketbal en kwam ze opnieuw in situaties terecht waarin andere kwaliteiten werden gevraagd. Met twee verschillende teams deed ze mee aan toernooien. Eén daarvan was een meidenteam dat een toernooi wist te winnen. Daarmee verdiende de ploeg een plaats op een veel groter festival in Amsterdam. Daar veranderde de omgeving volledig. “Er waren daar eigenlijk alleen maar jongensteams met lange spelers. Wij dachten: oké, we gaan gewoon ons eigen spel spelen en waarschijnlijk verliezen we. Uiteindelijk wonnen we daar toch twee wedstrijden. Dat was heel gaaf.”

3x3 laat weinig ruimte om je te verstoppen. Er staan minder spelers op het veld, omschakelingen volgen elkaar snel op en ieder duel telt. Voor een speelster die graag rebounds pakt, fysiek durft te spelen en de basket opzoekt, bood het Madou opnieuw een andere manier om zich te ontwikkelen. Het festival zelf maakte eveneens indruk. De omvang van het evenement drong pas echt tot haar door toen ze eenmaal om zich heen keek. “Ik keek rond en dacht echt: wow, dit had ik niet verwacht. Dat we daar met ons meidenteam van 3x3 zouden staan, vond ik heel bijzonder. Er stond ook een heel grote tribune. Toen wij klaar waren met spelen, zijn we met het team nog naar een wedstrijd van de Nederlandse 3x3-vrouwen gaan kijken. Dat was echt heel leuk.”

Een zomer die begon met zelf spelen, eindigde zo ook met kijken naar speelsters die op internationaal niveau dezelfde discipline beoefenen. Daarna wachtte voor Madou alweer de volgende stap.

Zeven speelsters gaan door, zeven nieuwe meiden sluiten aan

De onder 12 behoort inmiddels tot het verleden. Madou speelt nu bij BS Leiden onder 14 in de Eredivisie en treft daar een team dat anders is samengesteld dan de kampioensploeg van vorig seizoen. Zeven speelsters gingen door. Daar kwamen zeven eerstejaars bij. Allegra De Angelis is er niet meer bij en daarmee moet opnieuw worden ontdekt hoe de kwaliteiten binnen de ploeg het beste bij elkaar passen. Madou wil met het team goed basketbal spelen, de afspraken binnen Motion en five-out steeds beter uitvoeren en zien hoe hoog Leiden uiteindelijk kan komen. “Ik hoop dat we goede plays neerzetten vanuit Motion en five-out en dat we uiteindelijk hoog kunnen eindigen. Ik zou het ook niet erg vinden als we niet winnen, want het is weer een heel ander team. We hebben veel eerstejaars en moeten opnieuw met elkaar leren spelen.”

Dat klinkt opvallend voor een speelster die een paar maanden eerder landskampioen werd. Er moet opnieuw iets worden opgebouwd. Het spel moet kunnen bewegen. Vijf posities moeten worden gebruikt, de bal moet rondgaan en speelsters moeten passen en snijden om samen kansen te creëren. “Samenspelen is voor mij het belangrijkste. Je hebt teams met één of twee heel goede speelsters, maar bij ons heeft eigenlijk iedereen een andere kracht. Daardoor doet iedereen iets goed binnen het team. Als we blijven passen, snijden en rondspelen, komen daar uiteindelijk onze scores uit.”

Binnen deze lichting van BS Leiden krijgt die gedachte nog een extra laag. De meiden dwingen elkaar tijdens trainingen eveneens om beter te worden. Seline en Madou zijn daar een mooi voorbeeld van. Tijdens trainingen gaan zij hard tegen hard, waardoor ze elkaar voortdurend uitdagen en allebei steeds sterker worden. Die onderlinge strijd versterkt het teamgevoel. De kracht van deze lichting zit in het feit dat er meerdere sterke speelsters naast elkaar staan. Ieder brengt iets anders mee. Daardoor kan de één de ander uitdagen op een onderdeel waarop zij zelf nog kan groeien. Madou groeit door de meiden die tegenover haar staan, naast haar verdedigen en samen met haar blijven spelen. Daar ligt ook de kracht van dit BS Leiden.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.