Cameron Mando groeit vanuit samenspel verder bij Triple ThreaT

Gepubliceerd op 18 oktober 2026 om 13:00

Een pass op het goede moment kan voor Cameron Mando minstens zo mooi zijn als een eigen score. De ruimte zien, een ploeggenoot vrijspelen en vervolgens merken dat een aanval precies loopt zoals je samen hebt bedacht, geven de jonge basketballer een gevoel dat inmiddels diep verweven is geraakt met zijn liefde voor de sport. In ongeveer drie jaar tijd heeft hij bij Triple ThreaT Haarlem grote stappen gezet. Waar hij tijdens zijn eerste trainingen nog moest leren wat een lay-up precies was, stond hij afgelopen seizoen met zijn ploeg in een landelijke finale en mocht hij uiteindelijk het Nederlands kampioenschap vieren. Inmiddels wacht hem een volgende uitdaging. Cameron speelt dit seizoen bij onder 14-2 van Triple ThreaT en combineert dat, wanneer het programma het toelaat, met wedstrijden voor onder 14-1 in de Eredivisie. Die ontwikkeling begon eigenlijk ergens waar Cameron op dat moment vooral met een andere sport bezig was. Voetbal trok zijn aandacht en op school was dat lange tijd de sport die hij speelde. De komst van een nieuwe jongen in zijn klas bracht daar verandering in. “Toen kwam er een nieuwe jongen in de klas en dat was Sion Schemmekes van Triple ThreaT. Hij vroeg of ik basketbal wilde proberen. Ik vond dat prima en mijn moeder regelde vervolgens een proeftraining. Ik vond het eigenlijk meteen best wel leuk. Daarna werd ik bij onder 12-2 geplaatst, omdat ik onder andere al behoorlijk lang was. Vanaf dat moment werd ik steeds beter.”

Cameron bleef trainen, ontdekte zijn mogelijkheden en schoof verder door binnen de jeugdopleiding van Triple ThreaT. Zijn lengte viel op, al moest de techniek die bij basketbal hoort vanzelfsprekend nog worden aangeleerd. Fred Mulder was een van zijn eerste coaches. Later werkte Cameron onder anderen met Ted Konno en Ian Vriesde, waarna Jeffrey Brons een belangrijke rol kreeg in zijn verdere ontwikkeling.

Van de eerste lay-up naar steeds meer mogelijkheden

Drie jaar basketbal klinkt relatief kort wanneer wordt gekeken naar wat Cameron inmiddels allemaal heeft meegemaakt. Zijn herinneringen aan zijn eerste trainingen laten tegelijkertijd zien hoeveel terrein hij in die periode heeft gewonnen. De sport die tegenwoordig zo vertrouwd voelt, bestond destijds nog uit bewegingen en begrippen die hij nauwelijks kende. “Ik wist in het begin nog niet eens wat een lay-up was,” vertelt Cameron. “Dat werd allemaal aan mij uitgelegd en daarna ging het steeds beter. Nu ben ik veel verder ontwikkeld. Ik kan betere lay-ups maken en ik kan inmiddels ook een beetje schieten. Aan mijn dribbel moet ik nog werken, want soms heb ik nog te veel balverlies. Voor de rest gaat het echt goed.”

Hij ziet wat al lukt en weet tegelijkertijd precies op welke onderdelen nog winst te behalen valt. Scoren is daarin slechts één gedeelte. Zijn eerste seizoen zag er bijvoorbeeld heel anders uit dan de periode die daarna volgde. Aanvankelijk waren zijn minuten beperkt en kwam hij aanvallend minder nadrukkelijk in beeld. Naarmate hij langer bij Triple ThreaT speelde, veranderde zijn rol. “Mijn eerste seizoen maakte ik nog niet zoveel punten. Het seizoen daarna kreeg ik veel meer minuten en werd er ook meer van mij verwacht. Er kwam daardoor meer druk bij kijken. Mensen verwachten dat je gaat scoren en dat je de bal goed passt. Dat passen deed ik sowieso al graag, maar met meer minuten krijg je ook meer verantwoordelijkheid.”

Zijn overstap naar onder 14 brengt opnieuw een aanpassing met zich mee. Cameron heeft zijn eerste ervaringen inmiddels opgedaan en merkte direct dat hij zich ook op dit niveau kan laten zien. In een van zijn eerste wedstrijden kwam hij tot zes punten. “Het is bij onder 14 wel wat moeilijker dan bij onder 12. Ik heb inmiddels wedstrijden gespeeld en in een van die wedstrijden scoorde ik zes punten. Bij de eerste kon ik helemaal vol spelen. Tijdens een andere wedstrijd was ik wat vermoeider en daar hield de coach rekening mee. Ik moet nu weer verder wennen aan het niveau.”

Inspiratie uit een uitzonderlijke combinatie

Wie lang is, hoeft zich volgens Cameron niet te beperken tot het gebied rond de basket. Juist daarin vindt hij inspiratie bij Victor Wembanyama. De Franse NBA-ster beschikt over een uitzonderlijke lengte, terwijl zijn technische mogelijkheden veel verder gaan dan verdedigen, rebounden en finishen dicht bij de ring. Cameron kijkt met bewondering naar die veelzijdigheid. “Wat ik zo bijzonder aan Victor Wembanyama vind, is dat hij zo lang is en tegelijkertijd heel veel kan, vooral met zijn schot. Bij veel lange spelers zie je dat ze heel goed kunnen verdedigen, terwijl schieten of dribbelen moeilijker is. Hij kan dat allemaal wel. Dat vind ik heel mooi om te zien.”

Voor Cameron ligt daar ook een interessante richting voor zijn eigen ontwikkeling. Zijn lengte gaf hem al vroeg mogelijkheden, terwijl hij steeds meer vaardigheden aan zijn spel probeert toe te voegen. Een beter schot, meer controle over zijn dribbel en verschillende manieren om te finishen kunnen hem minder voorspelbaar maken. Toch komt de essentie van zijn spel ergens anders het duidelijkst naar voren. Cameron denkt graag vanuit wat een aanval nodig heeft.

Een eerste poging, daarna een nieuwe kans

Cameron speelde in 2025 al met onder 12 in de Eredivisie en bereikte met zijn ploeg de Final 8. Triple ThreaT had een sterk seizoen achter de rug en begon met vertrouwen aan die beslissende fase. MBCA Amstelveen bleek daar een veel grotere hindernis dan vooraf werd verwacht. “We dachten zelf eigenlijk dat we ruim zouden winnen. MBCA had toen een jongen erbij die ook bij onder 14-2 speelde en heel goed was. Hij kon goed schieten en dribbelde langs ons heen. Daarna stapte hij naar achteren en schoot hij vanaf de driepuntslijn. Daar stonden wij echt van te kijken. Uiteindelijk dacht ik vooral: volgend jaar is er weer een nieuw jaar. Dit jaar is het vervolgens wel gelukt.”

Die laatste constatering vertelt veel over wat daarna gebeurde. Triple ThreaT kreeg een nieuwe mogelijkheid en groeide gedurende het volgende seizoen uit tot een ploeg die opnieuw om de hoogste plaatsen kon strijden. Onverslaanbaar waren de Haarlemmers allerminst. Cameron herinnert zich twee nederlagen in de competitie, tegen Lokomotief en Zorg en Zekerheid Leiden. “Lokomotief was echt aan het begin van het seizoen. Dat was een close game en volgens mij verloren we met drie punten verschil. Tegen Leiden was het verschil groter. Dat was echt een wedstrijd die we duidelijk verloren. Later kwamen we Leiden opnieuw tegen in de finale en toen wonnen wij juist met twintig punten verschil.”

Tussen die wedstrijden zat veel meer dan alleen tijd. Triple ThreaT ontwikkelde zich als ploeg. Spelers leerden elkaar beter kennen, de bal ging gemakkelijker rond en individuele kwaliteiten werden steeds nadrukkelijker onderdeel van een gezamenlijk geheel. Cameron wijst daarbij naar coach Jeffrey Brons.

Jeffrey Brons bouwt aan een team

Teambuilding kreeg een belangrijke plaats binnen het seizoen. De spelers brachten tijd met elkaar door en leerden wie er naast hen op het veld stond. Die onderlinge band werd vervolgens zichtbaar zodra de bal in het spel kwam. “Coach Jeffrey heeft ons veel tijd met elkaar gegeven. Daardoor kregen we een grotere band, want aan het begin kende nog lang niet iedereen elkaar goed. De bal werd toen ook minder rondgespeeld. Roué en Sion gingen bijvoorbeeld vaker zelf, terwijl zij later veel meer gingen passen, ook naar mij en naar de andere spelers. Iedereen ontwikkelde zich daarin.”

Coach Jeffrey legde volgens Cameron bewust de nadruk op het passen. De gedachte daarachter was eenvoudig en tegelijk essentieel: wanneer slechts enkele spelers voortdurend aan de bal komen, wordt een ploeg gemakkelijker te verdedigen. Zodra iedereen onderdeel van de aanval wordt, ontstaan er veel meer mogelijkheden. “We hebben veel getraind op het passen van de bal. Het ging erom dat iedereen de bal kon krijgen. Als steeds maar twee spelers de bal krijgen, heeft dat uiteindelijk niet zoveel effect. Bij een fastbreak kun je bijvoorbeeld iemand op de middenlijn aanspelen, terwijl er alweer iemand verder vooruit staat. Dan kan die pass meteen worden doorgegeven. Zo kun je veel sneller samen aanvallen.”

Het resultaat daarvan was ook terug te zien in Camerons eigen rol. Hij kon zelf onderdeel worden van combinaties en samen met ploeggenoten oplossingen creëren. Eén samenwerking groeide gedurende het seizoen uit tot iets bijzonders.

Cameron en Lucas vinden elkaar steeds beter

Met Lucas Koedijk ontstond een samenspel dat Cameron zelf eveneens begon op te merken. De twee konden elkaar vinden in beweging en leerden reageren op wat de ander deed. De ene keer kwam Lucas tot een schot of lay-up na een pass van Cameron, de andere keer waren de rollen omgedraaid. Langzaam ontstonden patronen die niet vooraf tot in detail hoefden te worden besproken. “Op een gegeven moment dachten Lucas en ik dat wij samen echt een goed duo konden vormen. Dan speelden we elkaar de bal toe en kwam hij tot een lay-up of een schot, of kreeg ik juist de mogelijkheid voor een lay-up. We konden ook met een hand-off werken, daar een fake van maken en vervolgens vanuit de drive weer de pass geven. Als dat goed ging, ontstond er echt een perfecte play. Coach Jeffrey was daar heel blij mee. Lucas en ik konden dat heel goed samen creëren.”

Zulke aanvallen lieten zien hoe breed Triple ThreaT gedurende het seizoen werd. De ploeg beschikte met onder anderen Roué en Sion over spelers die veel konden creëren, terwijl daar steeds meer andere mogelijkheden naast kwamen. Cameron en Lucas vormden daar samen een onderdeel van. Voor Cameron sluit dat volledig aan bij de manier waarop hij basketbal beleeft. Wanneer hij een ploeggenoot in een betere positie kan brengen, is de keuze snel gemaakt.

Een finale waarin alles samenkomt

De landelijke finale tegen Leiden vormde het podium waarop een lang seizoen uiteindelijk zijn ontknoping kreeg. Cameron kende de tegenstander inmiddels. De eerdere competitiewedstrijd was verloren gegaan en verschillende spelers waren voor hem allang geen onbekenden meer. Toch is een finale anders. De entourage is groter, de tribunes leven nadrukkelijk mee en één wedstrijd bepaalt wie zich Nederlands kampioen mag noemen. “Er was heel veel spanning. Ik hoopte eigenlijk op een close game, want dat leek mij heel leuk om een keer mee te maken. Je speelt natuurlijk niet zo vaak een landelijke finale. Internationaal hadden we al veel wedstrijden en toernooien gespeeld, maar zo'n finale om het Nederlands kampioenschap blijft iets bijzonders.”

Triple ThreaT nam al vroeg het initiatief. Cameron opende zelf de wedstrijd met een drive naar de basket en de Haarlemmers begonnen steeds meer controle te krijgen. Het samenspel dat gedurende het seizoen was ontwikkeld, kreeg opnieuw betekenis. Cameron en Lucas konden elkaar vinden, meerdere spelers droegen aanvallend bij en Triple ThreaT bouwde zijn voorsprong steeds verder uit. Uiteindelijk stond er een 100-80-overwinning op het bord. Het kampioenschap voelde voor Cameron extra bijzonder door de voorgeschiedenis tussen beide ploegen. Leiden had eerder succes gekend en had Triple ThreaT in de competitie overtuigend verslagen. Nu waren de rollen in de wedstrijd om de nationale titel omgedraaid. “Het was echt heel leuk om juist tegen Leiden in de finale te spelen. De vorige keer stonden zij in de finale en hadden zij gewonnen. Nu stonden wij daar tegenover hen en mochten wij uiteindelijk winnen. Dat maakte het heel bijzonder.”

Tegenstanders voor even, vrienden buiten de wedstrijd

De rivaliteit op het veld betekent voor Cameron allerminst dat er buiten de wedstrijd afstand moet bestaan. Het leren kennen van andere basketballers vindt hij een mooi onderdeel van alles wat hij door zijn sport meemaakt. Spelers die hij gedurende het seizoen tegenover zich ziet, komt hij later opnieuw tegen in sporthallen en op toernooien. “Het mooie is dat je steeds meer mensen leert kennen. Daarna kom je elkaar overal weer tegen en groet je elkaar gewoon. Dan vraag je hoe het gaat en ken je steeds meer spelers. Dat vind ik echt leuk aan basketbal.”

Een van die spelers is Cruz Olengbe Okorie van Leiden. Tijdens een finale waarin beide ploegen voor de nationale titel strijden, kan de intensiteit hoog oplopen. Cameron en Cruz kunnen dat wedstrijdelement los zien van hun onderlinge band. “Cruz is een goede vriend van mij. Hij is een goede driver, maar vooral ook heel aardig en vriendelijk. Wij kunnen goed met elkaar communiceren. Zelfs tijdens de finale konden we bij een vrije worp ergens samen om lachen. Na de wedstrijd zeg je vervolgens tegen elkaar dat de ander goed heeft gespeeld. Dat vind ik echt fijn.”

Die sportiviteit geeft het kampioenschap voor Cameron nog een extra dimensie. Winnen betekent veel, zeker wanneer een heel seizoen naar zo'n moment heeft toegewerkt. Respect voor degene die aan de andere kant staat, verdwijnt daardoor niet. Cameron kan bovendien zonder moeite benoemen wat hij goed vindt aan andere spelers. Bij Leiden viel bijvoorbeeld David Anani hem op. “David Anani is echt een heel goede speler. Hij is heel snel, kan goed schieten en kan ook goed finishen. Dat zijn spelers tegen wie het leuk is om te spelen.”

Met Triple ThreaT over de grens

De reis naar het Nederlands kampioenschap bleef afgelopen seizoen allerminst beperkt tot Nederlandse sporthallen. Triple ThreaT trok met de jeugd ook naar internationale toernooien. Cameron speelde onder meer in België, Zweden, Tsjechië en Montenegro en ontdekte daardoor hoe basketbal hem letterlijk naar nieuwe plaatsen kan brengen. “Basketballen in het buitenland vind ik echt heel vet. Ik ben daardoor in landen gekomen waarvan ik normaal gesproken helemaal niet snel zou denken dat ik erheen zou gaan. In Zweden was ik bijvoorbeeld nog nooit geweest en Montenegro kende ik ook nog niet. In Tsjechië was ik al eens geweest, maar Brno was weer een heel andere stad. Dat vind ik mooi om allemaal te kunnen zien.”

Ook sportief leverden die reizen veel op. Triple ThreaT won meerdere toernooien en kreeg te maken met tegenstanders, speelstijlen en omstandigheden die anders waren dan thuis. Zelfs de hoogte van de baskets kon verschillen. “Op de meeste toernooien speelden we ook op hoge baskets. In Lund in Zweden waren de baskets juist nog wat lager dan bij ons. Roué kon daar zelfs dunken, terwijl dat hem op een normale basket nog niet lukte. Dat was wel grappig om mee te maken.”

Niet iedere internationale herinnering eindigde met feest. In Montenegro bereikte Triple ThreaT een beslissende fase van het toernooi en leek de ploeg op weg naar de halve finale. Eén schot veranderde alles. “Montenegro was echt zwaar. We konden doorgaan naar de halve finale en stonden één punt voor. In de laatste seconde schoot iemand van de tegenstander de bal en die ging erin. Dat was echt heel zuur. Ik kon daar wel van balen, maar daarna dacht ik ook aan alles wat we al hadden gewonnen. Daar kon ik alsnog heel blij mee zijn.”

Dat soort ervaringen horen voor Cameron bij zijn ontwikkeling. Een beslissend schot tegen krijgen, een finale winnen, een wedstrijd vanaf de bank beleven of zelf minuten maken: iedere situatie vraagt iets anders. Samen vormen ze in korte tijd een hoeveelheid ervaring die hij nu meeneemt naar zijn volgende basketbalhoofdstuk.

Twee teams en een nieuwe uitdaging

Na het kampioenschap bij onder 12 is Cameron doorgeschoven naar onder 14. Zijn vaste plek ligt bij onder 14-2, terwijl hij daarnaast aansluit bij onder 14-1 in de Eredivisie. Dat betekent soms twee wedstrijden in hetzelfde weekend en brengt Cameron opnieuw in sporthallen verspreid door Nederland. “Ik ga waarschijnlijk veel dubbelen. Soms lukt dat niet, omdat de wedstrijden op hetzelfde tijdstip zijn. Dan speel ik met onder 14-2. Als de ene wedstrijd vroeg is en de andere later op de dag, kan ik wel beide wedstrijden spelen. Daardoor ga ik ook weer heel veel van Nederland zien.”

Het verschil in niveau geeft hem tegelijkertijd de kans om zich op verschillende manieren te ontwikkelen. Bij onder 14-2 kan hij een belangrijke rol binnen zijn eigen ploeg opbouwen. De Eredivisiewedstrijden met onder 14-1 vragen hem om zich te meten met het hoogste landelijke niveau van zijn leeftijdscategorie. Cameron noemt inzet, samenspel en de gezamenlijke ontwikkeling van zijn nieuwe ploeg. “Ik wil spelen en heel veel effort geven. Vooral hoop ik dat wij als team samen steeds beter worden en een goede band met elkaar krijgen, zoals we die vorig jaar hadden. Natuurlijk wil je ook veel wedstrijden winnen. Tegen Apollo wonnen we bijvoorbeeld ruim en daar was ik heel blij mee. Wat ik vooral mooi vond, was dat iedereen de bal naar elkaar bleef passen, terwijl het pas onze eerste wedstrijd samen was.”

Die eerste ervaringen geven hem vertrouwen dat opnieuw iets kan groeien. Een nieuwe ploeg hoeft niet onmiddellijk hetzelfde te zijn als het kampioensteam van vorig seizoen. De basis die Cameron belangrijk vindt, herkent hij echter al. “Dat iedereen meteen samen de bal naar elkaar passt, vind ik echt top. Dat is voor mij pas echt basketbal. Basketbal is een teamsport en geen sport die je alleen speelt.”

Die gedachte brengt Camerons eerste drie basketbaljaren eigenlijk bij elkaar. Hij begon als een lange jongen die via een klasgenoot toevallig kennismaakte met de sport. Techniek moest nog worden aangeleerd, speelminuten waren aanvankelijk schaars en zijn mogelijkheden lagen nog grotendeels verborgen. Drie jaar later heeft hij een Nederlands kampioenschap meegemaakt, internationale toernooien gespeeld, vriendschappen opgebouwd en ontdekt hoe hij met zijn eigen kwaliteiten onderdeel kan zijn van iets groters. Zijn ontwikkeling is daarmee allerminst voltooid. Cameron weet dat zijn dribbel beter kan. Hij wil verder groeien in zijn schot, wennen aan de fysieke en technische uitdagingen van onder 14 en leren omgaan met de verantwoordelijkheid die meer speelminuten met zich meebrengt. Tegelijkertijd bezit hij inmiddels iets wat zich minder gemakkelijk in cijfers laat uitdrukken. Hij begint steeds beter te herkennen wanneer een ploeggenoot de betere mogelijkheid heeft. “Je kunt zelf een lay-up proberen te maken, maar als iemand anders wide-open staat, kun je de bal beter passen. Dan kan diegene proberen hem te maken. Het maakt ook niet uit als hij een keer mist. Dat kan gebeuren. Je hebt samen geprobeerd de beste mogelijkheid te creëren.”

Daarin komt de basketballer naar voren die Cameron in korte tijd is geworden. Zijn eerste stappen bij Triple ThreaT begonnen met leren hoe hij zelf een lay-up moest maken. Inmiddels kijkt hij verder dan alleen de weg tussen zichzelf en de basket. Hij ziet Lucas bewegen, zoekt een vrije ploeggenoot in de fastbreak en begrijpt waarom vijf spelers die elkaar vertrouwen meer mogelijkheden hebben dan vijf spelers die afzonderlijk proberen uit te blinken. Het Nederlands kampioenschap met onder 12 vormt daardoor een prachtig hoogtepunt, terwijl Camerons verhaal daar allerminst eindigt. Onder 14-2 biedt hem een nieuwe omgeving om verantwoordelijkheid te nemen en in de Eredivisie kan hij met onder 14-1 ontdekken hoeveel sneller, sterker en slimmer het spel opnieuw kan worden. Iedere training geeft hem iets om aan te werken en iedere wedstrijd kan hem iets nieuws leren. Drie jaar geleden wist Cameron Mando nog niet wat een lay-up was. Nu weet hij dat de mooiste weg naar de basket soms begint met de pass die hij zelf geeft.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.