Dean van Kampen ontdekt hoeveel plezier er groeit wanneer je blijft oefenen

Gepubliceerd op 7 september 2026 om 12:30

Een basketbal in de tuin, een steeds beter schot en regelmatig een poging van ver voordat de training is begonnen. Voor Dean van Kampen is basketbal in korte tijd een belangrijk onderdeel van zijn leven geworden. De negenjarige speler van BS Leiden begon zonder basketbalachtergrond en moest zijn eerste dribbels nog helemaal onder de knie krijgen. Inmiddels oefent hij graag op zijn schot, probeert hij driepunters wanneer hij daar de kans voor krijgt en kijkt hij met veel plezier naar de spelers van Zorg en Zekerheid Leiden. Komend seizoen wacht hem met onder 10-4 weer een nieuw avontuur, met onbekende tegenstanders en zijn vader als coach. Dean heeft vooral ontdekt hoe leuk het is om ergens steeds een beetje beter in te worden.

Een sport die eigenlijk zomaar voorbijkwam

Basketbal was binnen het gezin van Dean niet een sport waarvan vooraf al vaststond dat hij die zou gaan beoefenen. Hij zat eerst op een andere sport, maar voor een nieuwe sport keek Dean naar filmpjes waarin verschillende sporten voorbijkwamen. Tussen al die mogelijkheden zat er eentje die zijn aandacht trok. “Ik zat eerst op Judo, maar toen vond ik Judo niet meer zo leuk. En toen moest ik een andere sport kiezen. Toen ging ik ergens filmpjes kijken van allerlei sporten. En toen kwam basketbal ertussen. En toen dacht ik: basketbal lijkt me wel heel leuk. En toen ging ik basketbal proberen, en toen vond ik het ook heel leuk.”

Het bewuste fragment kwam voorbij via Sporten is cool van KRO Kindertijd. Binnen het gezin was nauwelijks een band met basketbal, waardoor zijn keuze behoorlijk onverwacht kwam. Toch bleek zijn nieuwsgierigheid allesbehalve tijdelijk. Ongeveer twee jaar geleden werd Dean aangemeld bij BS Leiden. Er was op dat moment een wachtlijst, waardoor hij niet onmiddellijk volledig kon instromen. Aan het einde van het seizoen kreeg hij wel de mogelijkheid om proeflessen te volgen. Daarna kwam er een plaats vrij en kon hij bij de Peanuts echt aan zijn eerste volledige basketbalhoofdstuk beginnen.

Dribbelen bleek nog helemaal niet zo eenvoudig

Zijn eerste kennismaking met de sport voelde heel anders. Alles was nieuw en een van de meest elementaire onderdelen bleek meteen een behoorlijke uitdaging. Onder begeleiding van zijn eerste coach Ray Beers maakte hij kennis met de techniek die bij basketbal komt kijken. “Ik vond het meteen leuk, maar ik vond het ook heel moeilijk. Vooral dribbelen vond ik lastig. Ray Beers was toen mijn coach.”

In het begin sloeg Dean eerder tegen de bal dan dat hij hem gecontroleerd naar de grond duwde. Het gevoel waarmee een speler de bal laat stuiteren moest nog worden ontwikkeld. Toen duidelijk werd dat Dean daadwerkelijk wilde gaan basketballen, kreeg hij thuis al een eigen bal. Tijdens de periode waarin hij nog op zijn plek bij de club moest wachten, werd de tuin daardoor een extra oefenplek. Daarin zit een ontwikkeling die nu nog steeds zichtbaar is. Wat niet direct lukt, kan door oefenen steeds vertrouwder worden. De dribbel waarmee het ooit begon, maakte plaats voor andere dingen die Dean wilde leren. “Ik ben vooral beter geworden in schieten. Vorig jaar scoorde ik nog bijna niet, maar nu oefen ik tijdens het inlopen bij de training ook vaak op driepunters.”

Zelfs tijdens een vakantie werd er verder geoefend, ditmaal op een basket die aanzienlijk hoger hing dan Dean gewend was, en ook daar verdwenen er regelmatig ballen door de ring. Het is het soort uitdaging waar hij plezier uit haalt: proberen, opnieuw schieten en ontdekken dat iets wat eerder moeilijk was langzaam steeds beter gaat.

Stan van der Elzen laat voor hem zien hoe leuk basketbal kan zijn

De eigen trainingen en wedstrijden vormen een belangrijk deel van Deans basketbalwereld, alleen beleeft hij de sport ook graag vanaf de tribune. Zorg en Zekerheid Leiden heeft daarin een bijzondere plek gekregen. Tussen de spelers die hij daar zag basketballen, sprong voor hem vooral Stan van der Elzen eruit. Zijn bewondering heeft met zijn schot te maken, maar ook met het contact maken met de mensen op de tribunes. “Stan kan heel goed schieten en hij kan er ook heel goed een soort show van maken. Als er gescoord wordt of als ze winnen, maakt hij vaak bewegingen naar het publiek. Dan doet hij zo dat het publiek moet gaan juichen.”

Dat enthousiasme spreekt Dean aan. Voor een jongen die zelf steeds vaker van afstand probeert te schieten, is het natuurlijk mooi om iemand te zien die juist daarin uitblinkt. Tegelijkertijd ziet hij dat basketbal ook draait om plezier, beleving en het meenemen van een volle tribune in een wedstrijd. Zijn waardering voor spelers van Leiden begon overigens niet bij Van der Elzen. Een seizoen eerder keek Dean ook graag naar Brad Greene. De Amerikaanse center was als speler heel anders dan Van der Elzen, maar bleef eveneens bij hem hangen. Zo zijn er in zijn eerste jaren als basketballiefhebber al verschillende spelers voorbijgekomen die onderdeel zijn geworden van de herinneringen die hij aan Leiden bewaart. Dat Van der Elzen inmiddels niet meer voor Leiden speelt, was voor Dean even slikken. Logisch; een voorbeeldspeler zie je graag op het veld terug. Toen er kaartjes waren gekocht voor een wedstrijd in Almere op 30 augustus en bleek dat zijn favoriete speler daar niet meer bij zou zijn, was zijn eerste reactie veelzeggend. Zijn enthousiasme om te gaan kijken werd er even behoorlijk minder van. De wedstrijd bezoeken blijft natuurlijk leuk, alleen is het voor een jonge supporter minstens zo bijzonder wanneer juist die ene speler op het veld staat naar wie hij graag kijkt.

Een knuffel voor een kind dat in het ziekenhuis ligt

Bij alle wedstrijden van Zorg & Zekerheid Leiden die Dean vanaf de tribune heeft meegemaakt, is er één duel met Heroes Den Bosch dat om een heel andere reden is blijven hangen. Tijdens die wedstrijd vond de Teddy Bear Toss plaats. Supporters gooiden knuffels op het veld die bestemd waren voor kinderen in het ziekenhuis. Voor Dean kreeg die actie een persoonlijke betekenis. “Wat ik vooral mooi vond, was het gooien van de knuffels voor kinderen in het ziekenhuis. Ik heb zelf ook een keer in het ziekenhuis gelegen. Daarom vond ik het heel leuk om nu iemand anders die in het ziekenhuis ligt een knuffel te kunnen geven. Ik kreeg zelf ook iets terug voor die knuffel, want tijdens die wedstrijd kreeg ik een bal. Dat vond ik heel leuk.”

De bal van Blue Blitzz-cheerleaders en de sjaal van de supportersvereniging De Blauwe Brigade maakten een bijzondere avond nog mooier. Toch zit de waarde van die herinnering vooral in iets anders. Tussen de wedstrijden, scores en favoriete spelers ontdekte Dean dat een basketbalavond ook iets voor iemand buiten het veld kan betekenen. Op negenjarige leeftijd kan hij die gedachte heel eenvoudig verwoorden: hij wist zelf hoe het was om in het ziekenhuis te liggen en vond het daarom fijn om nu een ander kind blij te kunnen maken.

Nieuwe tegenstanders maken het volgende seizoen extra interessant

Na zijn eerste volledige seizoen bij onder 10 gaat Dean verder bij BS Leiden onder 10-4. Daarmee verandert er het nodige, want hij komt in een ander team terecht en zal tegen clubs spelen die hij nog niet eerder tegenover zich heeft gehad. Vorig seizoen kwam hij gedurende het jaar verschillende tegenstanders opnieuw tegen. Komend seizoen verschijnen er ook nieuwe namen op het programma, waaronder Forwodians uit Voorhout, CobraNova uit Voorburg en DAS uit Delft. MSV Noordwijk kent hij inmiddels al wel. “Ik vind het leuk dat ik nu tegenstanders krijg waar ik nog nooit tegen heb gespeeld. Vorig jaar speelde ik sommige wedstrijden voor de tweede keer tegen dezelfde tegenstander. Nu zitten er teams bij waar ik nog nooit tegen heb gespeeld. Ook BS Leiden onder 10-5 wordt dit seizoen een tegenstander. Ik denk dat we daar wel van gaan winnen.”

Twee broers die allebei graag sporten

Zijn broertje Chase heeft met rugby zijn eigen sport gevonden. Daarmee hebben de broers ieder hun eigen plek: bij Dean ligt er een basketbal klaar, terwijl Chase op het rugbyveld zijn energie kwijt kan. Dean ziet hoe fanatiek zijn broertje daar bezig is. “Chase is vooral vaak heel goed als er om prijzen gespeeld wordt. Hij is dan heel gemotiveerd.”

Het mooie is dat Dean zijn broertje eveneens ziet sporten en Chase hem andersom kan meemaken bij basketbal. Twee verschillende sporten, twee eigen verhalen en dezelfde ruimte om te ontdekken hoeveel plezier het geeft wanneer iets steeds beter begint te lukken.

De steun langs de zijlijn die hij altijd voelt

Deans ouders is bij zijn wedstrijden en support hem vanaf de zijlijn. Tijdens het spelen krijgt Dean daar alleen lang niet alles van mee. “Ik zit tijdens het spelen vaak helemaal in mijn concentratie. Als ik niet aan het spelen ben, merk ik de steun wel en voelt het goed.”

Op het moment dat de wedstrijd bezig is, bestaat zijn wereld vooral uit wat er op het veld gebeurt. Pas wanneer hij aan de kant zit of het spel voorbij is, komt er weer ruimte voor alles daaromheen. Komend seizoen verandert er binnen die vertrouwde omgeving iets. Niet alleen langs de zijlijn zal een ouder aanwezig zijn. Zijn vader neemt plaats op de trainersbank.

Zijn vader als trainer

Voordat besloten werd dat zijn vader Ferry van Kampen trainer zou worden, is met Dean besproken hoe hij daar zelf tegenover stond. Het moest ook voor hem goed voelen. Inmiddels kijkt hij vooral naar het voordeel van iemand voor de groep die hij natuurlijk al door en door kent. Bij een nieuwe trainer moet een speler normaal gesproken nog ontdekken hoe trainingen worden gegeven, welke oefeningen belangrijk worden gevonden en hoe iemand dingen uitlegt. Dat onbekende gedeelte is er nu een stuk minder. “Het voelt wel heel anders. Bij andere trainers weet je nog niet wie het zijn en hoe ze training geven. Als je vader het doet, weet je dat al een beetje.”

Zijn vader vraagt hem soms wat hij van bepaalde oefeningen vindt of wat ze zouden kunnen doen. Daardoor krijgt Dean ook de mogelijkheid om mee te denken over wat er tijdens een training gebeurt. Voor een negenjarige die nog maar enkele jaren geleden voor het eerst een basketbal probeerde te dribbelen, is dat opnieuw een andere ervaring binnen de sport die hij steeds beter leert kennen. Hoe dat gedurende het seizoen precies gaat uitpakken, moet nog blijken. Dean hoeft vooraf nog niet te weten hoe alles zal verlopen. Hij mag het simpelweg gaan meemaken, ook wanneer hem wordt gevraagd of hij later graag op een hoger niveau zou willen basketballen.  “Ik weet het nog niet.”

Begrijpelijk, want er hoeft nog lang geen route voor de komende tien jaar voor hem klaar te liggen. Basketbal mag op dit moment vooral de sport zijn waarin hij plezier heeft, wedstrijden wil winnen, nieuwe tegenstanders ontmoet en nieuwsgierig blijft naar wat hij nog kan leren. De jongen die aanvankelijk moeite had om een bal gecontroleerd te laten stuiteren, pakt diezelfde bal nu tijdens het inlopen om driepunters te oefenen. Onder 10-4 staat te wachten voor hem, zijn vader zit op de trainersbank en langs de lijn blijft zijn familie dichtbij. Er komen tegenstanders die hij nog niet kent, wedstrijden die hij graag wil winnen en ongetwijfeld schoten die de ene keer wel en de andere keer niet vallen. Dean hoeft alleen maar verder te gaan met wat hem tot hier heeft gebracht: basketballen, plezier maken en blijven oefenen. De driepunter tijdens het inlopen zal daarbij waarschijnlijk niet ontbreken.

Rating: 5 sterren
1 stem

Reactie plaatsen

Reacties

Stephanie
15 minuten geleden

🩵🩵🩵