Liz van der Plas (13) en Gwenn Burley (12); twee speelsters van het onder 14 team van Grasshoppers Katwijk die laten zien hoe plezier en prestatie hand in hand kunnen gaan. Bij Liz rolde de bal letterlijk van huis uit haar leven binnen. “Mijn moeder die deed altijd basketbal en toen ging ik een keer bij de beginners van die proeftrainingen doen. Ik vond het eigenlijk heel leuk, dus toen ben ik erop gegaan.” De eerste keren in de hal staan in haar geheugen gegrift: “Het was vooral veel lol, maar ik heb wel Britt en Lieke leren kennen. Met Britt van Beelen zit ik nu nog steeds in het team. Daar hebben we ook heel veel foto’s van.”
Gwenn kwam via een echte Katwijkse traditie binnen. “Ik ben met het Snerttoernooi van Grasshoppers gestart. Toen ging ik een keer meedoen. Echt heel leuk was dat, en toen wou ik er gewoon gelijk op.” Soms is een toernooi alles wat nodig is om te weten: dit is mijn sport.
Voorbeelden van dichtbij
Idolen hoeven niet van ver te komen. Voor Liz is het eenvoudig. “Bij mij gewoon iedereen uit dames 1 van Grasshoppers.” Een heel team als inspiratiebron, omdat je in elke speelster iets kunt herkennen en leren.
Gwenn noemt een naam die bij Grasshoppers klinkt als een belofte. “Lotte van Kruistum eigenlijk wel. Ze is lang en gewoon goed, en ook wat ze daarnaast doet met 3x3-basketbal.” Het moderne, snelle 3x3 past bij Gwenn’s honger naar het spelletje; tempo, lef en veel balcontact.
Competitie spelen is anders dan oefenen, en juist daarin groeien ze. Liz lacht als ze terugdenkt “Volgens mij hadden we de eerste wedstrijd verloren, dus toen waren we allemaal wel verdrietig.” Maar in onder 10 kwam de ommekeer. “We hadden de eerste wedstrijd gewonnen. Toen gingen we gelijk allemaal feestvieren met pakjes onder de douche en alles.” Het kinderlijke plezier is nooit ver weg, en dat maakt het spel zo mooi.
Gwenn verraste zichzelf. “Ik heb nooit gebasketbald voorheen, en toen ging het opeens heel goed.” Waar ze het meest groeide? “Eigenlijk wel het meest dribbelen en gewoon de trucjes die ik op me nam.” Progressie is een reeks kleine stapjes; trucje voor trucje wordt vaardigheid, en vaardigheid wordt vertrouwen.
Kampioensmomenten die bij blijven
In de jeugd verzamel je herinneringen die je voor altijd meeneemt. Voor Gwenn was vorig seizoen onvergetelijk. “Ik ben zelf kampioen geworden met onder 12. Het begon soms niet zo goed en toen werd het wel veel beter,” vertelt ze. Het seizoen culmineerde in een beslissingsduel; extra druk, extra glans. “Dat was BS Leiden. We wisten tegen ze kampioen te worden. Het is een moment dat je nooit gaat vergeten.”
Liz blikt terug op die grootse dag in Almere, tegen Lokomotief, met de landstitel op het spel. Zenuwen horen erbij. “Ik dacht: zo, dit is groot. Zodra het spel begint, ben ik gewoon lekker aan het spelen. Op een gegeven moment gingen we uitlopen, en dat is zo’n lekker gevoel.” De les die bleef hangen? “Vooral geleerd dat je altijd moet doorgaan en niet je hoofd moet laten hangen. Op spannende momenten moet je blijven gaan.” Het zijn woorden die ze dankbaar toeschrijft aan coaches Laura van Duijn en Mayke van der Boon.
Onder 14: samen groeien
De stap naar onder 14 vraagt meer fysiek, meer snelheid en meer automatismen. Toch is de kern van dit team simpel, zegt Gwenn: “Leuk, en gewoon met elkaar allemaal heel goed; we zijn allemaal goed bevriend.” In het begin was het wennen, toegeven ze, maar vriendschap is de kortste route naar samenspel. “Dat gaat de laatste tijd wel echt veel beter.”
Over verwachtingen blijft het duo nuchter. Liz verwoordt de teammentaliteit: “We proberen gewoon elke wedstrijd te winnen en als dat niet lukt, dan lukt het niet. Dan is dat ook niet erg. We doen het met z’n allen; dat is vooral leuk.” Het onder 14 seizoen laat al zien dat ze tegen een stootje kunnen: “Bij zo’n wedstrijd als tegen MBCA wisten we toch overeind te blijven.” Dat is karakter, en karakter wint op de lange termijn vaak van talent alleen.
Verdedigen is daarin hun anker. “Vooral gewoon zelfvertrouwen ook,” vertelt Gwenn, “maar ook gewoon verdedigen. Dat je echt hard moet blijven verdedigen om zulke wedstrijden te winnen.” Het is precies dat soort zinnen waar een coach blij van wordt: plezier met principes.
Vraag waar de horizon ligt en de ogen gaan glimmen. Dames 1 is voor beiden geen verre stip, maar een realistisch doel. Gwenn ziet het al voor zich: “Dat ik goed speel daarin en ook gewoon met een paar kinderen van dit team. Het liefst dan nog in dames 1.” Liz herkent een sfeer die haar aanspreekt: “Dames 1 is natuurlijk een heel vriendschappelijk team. Die zijn ook heel goed op elkaar ingespeeld. Dat zou ik wel leuk vinden: om gewoon lekker met je vriendinnen ver te komen.”
Wie ze op een trainingsavond bezig ziet, weet: deze dromen zijn gebouwd op werk en lef. Op pakjes onder de douche na een eerste zege, op een Snerttoernooi dat het vuurtje aanstak, op coachwoorden die blijven nagalmen in je hoofd, op beslissingswedstrijden waar je onder druk gewoon doorgaat. Liz en Gwenn zijn twee gezichten van één Grasshoppers-cultuur: talent voeden met teamgeest, ambitie koppelen aan plezier. Vandaag schitteren ze bij onder 14. Morgen? Misschien in dames 1, maar eerst gewoon de volgende training. De bal, de basket en die simpele afspraak met elkaar: we doen het samen. Zoals Liz het zei: “We doen het met z’n allen, en dat is vooral leuk.”
Reactie plaatsen
Reacties