In Tubbergen is basketbal bij de familie Berning meer dan een sport. Het is verweven met weekenden in de sporthal; met verhalen van vroeger, met samen trainen, samen kijken en samen de sport beleven. Bij Jolly Jumpers komt dat allemaal prachtig samen in het verhaal van Nienke, Lize en Diede Berning, met op de achtergrond en tegelijk nadrukkelijk in beeld hun moeder Hilde Berning-Everlo, die zelf jarenlang op hoog niveau voor de club speelde.
Een begin dat eigenlijk allang begonnen was
Nienke is met 20 jaar de oudste en speelt in dames 3 van Jolly Jumpers. Lize is 14 en speelt samen met haar jongere zus Diede, 11 jaar, in het onder 14-team. Drie zussen, twee verschillende teams en één gedeelde liefde. Voor Nienke begon het verhaal al vroeg, al zat daar ook nog een bijzondere kracht achter. “Onze moeder speelde, onze hele familie eigenlijk,” vertelt ze. “Mijn tantes Imke en Manon ook. Mijn opa zei altijd dat ik op basketbal moest gaan. Toen ik vijf was, nam hij mij mee naar de training, en nu ben ik er nog steeds.”
Bij Lize en Diede ging het al net zo natuurlijk. Zij zagen hun grote zus spelen, voelden de aantrekkingskracht van de sporthal en wilden daar zelf ook deel van uitmaken. “Ik zag dat Nienke altijd speelde en toen dacht ik: dat wil ik ook wel,” vertelt Lize. “Toen ben ik er ook op gegaan.”
Diede lacht als ze eraan terugdenkt: “Ik had precies hetzelfde met Nienke en Lize.”
Zo ontstond er iets wat mooier is dan toeval. Eerst was er een moeder die speelde, daarna een dochter die begon, vervolgens twee zusjes die volgden. Basketbal werd daarmee ook een lijn die de generaties binnen het gezin met elkaar verbindt.
De passie van een echte basketbalfamilie
In het gesprek wordt steeds duidelijker hoe groot de basketbalgeschiedenis van de familie eigenlijk is. Hilde speelde zelf in dames 1, haar zussen Imke en Manon stonden ook op het veld en thuis was basketbal jarenlang onderwerp van gesprek. Hun opa kende de sport misschien niet vanaf het begin, maar werd gaandeweg een groot liefhebber. “Mijn vader vond het echt heel leuk,” vertelt Hilde. “Hij kende basketbal eerst helemaal niet, totdat mijn zus en ik en mijn zusje gingen basketballen. Toen ik zwanger was van Nienke, zei hij al: ‘er moet echt geen andere sport zijn, het moet gewoon basketbal worden’, dus hij heeft haar gewoon opgegeven.”
Hilde vindt het belangrijk dat haar dochters een sport kiezen die echt bij hen past. “Je moet wel het sportje kiezen dat je gewoon echt leuk vindt. Daar ben ik echt van overtuigd. Dan houd je het ook het langst leuk. We zijn ook nog een keer naar volleybal geweest, omdat ik dacht: misschien past dat ook nog wel bij jullie. Dat vonden jullie echt helemaal tien keer niks. Je wilde gewoon basketballen.”
Die woorden zeggen veel over Hilde als moeder: bevlogen, betrokken en warm, maar ook iemand die haar dochters de ruimte geeft om zelf te voelen waar hun plezier ligt. Daardoor krijgt hun liefde voor basketbal zoveel glans.
Drie zussen, één teamgevoel
Nienke speelt als center en geniet zichtbaar van het samenspel en van de sfeer binnen haar team. Voor haar is basketbal meer dan winnen alleen. “Samenspelen vind ik wel leuk. Met mijn team zijn we echt één team. We hebben een heel nieuw team gekregen, omdat er vorig jaar allemaal mensen stopten. Nu zijn we met zeven. Dat is helemaal niet veel, maar wel echt heel gezellig. We winnen niet zoveel, maar als het maar gezellig is.”
Bij Lize is datzelfde gevoel van plezier terug te zien. “Ik sta meestal guard of forward. We hebben een heel leuk team.”
Diede vertelt: “Ik vind het altijd wel leuk om gezellig te trainen met het team en samen te spelen.”
Het zijn woorden die passen bij haar leeftijd, maar ook bij de sfeer die deze drie zussen uitstralen: de oprechte liefde voor het spel en voor de club.
De sporthal als thuis
Sommige herinneringen blijven langer bij. Voor Nienke horen daar de oude trainers en de oude sporthal bij. “Fons Oude Geerdink was mijn trainer vroeger, samen met Harrie Steggink. Dat was in de oude sporthal.”
Lize weet nog goed hoe haar moeder haar meenam om te kijken of basketbal echt iets voor haar was. “Mama bracht mij toen naar de oude sporthal om te kijken of het me wel echt leuk leek. Dat vond ik wel leuk. Mijn eerste training hier in de oude sporthal vond ik ook heel leuk.”
Die verbondenheid met Jolly Jumpers staat ook voor Hilde centraal. Wanneer zij terugblikt op de club door de jaren heen, noemt ze vooral het karakter dat altijd hetzelfde is gebleven. “Het lokale is altijd gebleven. Dat is wel consistent, vind ik. Het is altijd gezellig. Het maakt niet uit hoeveel of hoe weinig mensen er zijn, het is altijd gewoon leuk. Het is echt een familie, een lokale vereniging.”
Voor Lize en Diede zijn de thuiswedstrijden van dames 1 meer dan een leuk uitje. Het zijn avonden waarop inspiratie tastbaar wordt. De sport is dan dichtbij, zichtbaar en voelbaar. Spelers worden voorbeelden, wedstrijden worden leermomenten. “Eigenlijk vind ik het hele team wel heel leuk,” geeft Diede als antwoord wanneer ze op de vraag reageert of er speelsters zijn naar wie ze opkijkt. Het gaat haar om het collectief, om wat een team samen kan neerzetten.
Lize noemt twee namen die haar aanspreken, juist omdat zij zichzelf in bepaalde kwaliteiten herkent. “Ik vind Jasmijn de Ceuninck van Capelle en Anke Rikhof heel leuk om te zien. Die zijn ook lang, en dat ben ik ook wel. Ik vind het mooi hoe sterk Jasmijn is en hoe goed Anke verdedigt.”
Daar spreekt al een jonge speelster uit die kijkt met aandacht, die niet alleen ziet wie scoort, maar ook wie kracht uitstraalt en wie verdedigend het verschil maakt. Dat zegt iets over hoe serieus zij de sport beleeft.
Wedstrijden die bij blijven
Elke sporter of sportliefhebber heeft momenten die zich vastzetten in het geheugen. Voor Nienke is dat het Nederlands kampioenschap dat zij met een jeugdteam speelde. “ Het was in 2018 dat ik toen het NK speelde. We waren derde geworden. Ik vond het super gaaf en leuk om het mee te mogen maken.
Voor Lize zit een onvergetelijk moment juist in een spannende ontknoping. “Het was een hele spannende wedstrijd. Iemand van ons team maakte het laatste punt en toen ging de team captain van de tegenstander nog schieten. Toen blokte ik dat schot.”
Diede blikt terug op haar tijd in onder 8, toen winnen nog bijna iets magisch had. “We hadden vroeger van die toernooitjes gespeeld. Toen hadden we tegen een team uit Zwolle gespeeld en daarvan gewonnen. Toen hadden we elk potje gewonnen.”
Die trots klinkt nog steeds door en dat maakt het zo mooi. In sport blijven zulke eerste overwinningen altijd speciaal.
Hilde´s herinneringen aan spelen op het hoogste niveau
Waar de drie meiden nog volop bouwen aan hun eigen basketbalverhaal, draagt Hilde een schat aan ervaringen met zich mee. Ze speelde in een tijd waarin Jolly Jumpers, toen nog met een andere sponsorstructuur met Perik, op hoog niveau actief was en zelfs internationale ervaringen opdeed. “Toen had je met Perik echt een hele grote sponsor, ook een heel betrokken sponsor. Daardoor konden we twee keer naar Amerika. We deden een soort college tour langs allemaal colleges. Dat was gewoon hartstikke gaaf. We waren een jaar of achttien en er was toen ook nog de mogelijkheid om vijf buitenlandse spelers aan te trekken in de Nederlandse competitie.”
Zij vertelt er openhartig over hoe zij zichzelf in dat team zag, als iemand die op niveau meedraaide en daar enorm veel van leerde. “Ik kon zeker wel goed basketballen, maar ik had twee Amerikanen voor mij die veel beter waren. Daar leer je wel heel erg veel van, dus dat was heel erg gaaf. Ik was met name de wissel. Als zij foutenlast hadden of eruit moesten, dan kwam ik erin. Op zich heb ik wel redelijk wat gespeeld, maar geen basisplek gehad. Dat hoeft ook niet als je 18 jaar bent, al denk je op die leeftijd vaak dat dat wel moet.”
Hilde weet hoe topsport voelt, maar ook hoe belangrijk het is om daarin realistisch en eerlijk naar jezelf te blijven kijken. Een van haar mooiste herinneringen draagt bovendien nog een extra laag in zich. “Toen hebben we de beker gewonnen. Ik was toen al zwanger van Nienke bij de bekerfinale.”
Het is een prachtige gedachte: een bekerfinale, een bijzondere fase in haar leven en ergens, nog ongezien, de volgende generatie die later zelf het veld op zou gaan.
Amerika als droombeeld
Zodra de vraag op tafel komt wat de drie meiden nog zouden willen meemaken van wat hun moeder beleefde, klinkt bijna unaniem hetzelfde antwoord: Amerika. “Mij lijkt het ook best wel gaaf om naar Amerika te gaan en daar te spelen,” zegt Nienke.
Lize sluit zich daar direct bij aan: “Ik wil ook wel naar Amerika. Dat lijkt me ook wel leuk om mee te maken.”
Diede glimlacht en zegt: “Ik heb eigenlijk hetzelfde, dus ik wil ook wel graag in Amerika kunnen spelen.”
Hilde begrijpt dat verlangen enorm. Haar beschrijving van die reizen laat meteen voelen waarom dat zo’n blijvende indruk heeft gemaakt. “Basketbal is daar veel groter dan in Nederland. De eerste keer gingen we met politiebegeleiding. Wij dachten: ‘wat is er aan de hand? Hebben we iets verkeerd gedaan?’ Dat was echter gewoon een soort welkom. Daar is basketbal een beetje zoals hier voetbal. Alles is groter. Je speelt in van die grote stadions, met cheerleaders en een enorm scherm. Ik had een keer gescoord en toen zag ik mezelf in de herhaling boven in de hal. Dat is gewoon echt heel tof.”
De kracht van blijven bouwen
Naast de persoonlijke verhalen spreekt uit Hilde’s woorden ook haar grote liefde voor de club zelf. Zij zag Jolly Jumpers veranderen, groeien, terugvallen en opnieuw opstaan. Zij zag periodes van bloei, van kwetsbaarheid en van wederopbouw. “Grote sponsoren vielen weg en toen lag eigenlijk de hele vereniging een beetje op z’n gat. Ik dacht toen: hoe jammer is het als zij straks niet meer kunnen meemaken wat ik heb meegemaakt. Dat vond ik echt jammer. Toen hebben we met een paar mensen gezegd: schouders eronder, we gaan er alles aan doen om er weer leven in te krijgen. We wilden niet alleen focussen op dames 1, maar met name op de basis van de vereniging, op de breedtesport en de jeugd. Langzaamaan kwam het enthousiasme weer terug. Het vertrouwen en het gemoedelijke waar Tubbergen altijd om bekendstond, kwam eigenlijk weer terug.”
Hilde is naast oud-speelster en moeder van drie basketballende dochters ook iemand die zich met hart en ziel heeft ingezet om de club levend en gezond te houden.
Een zaterdagavond gevoel dat nooit verdwijnt
Misschien is dat uiteindelijk wel de mooiste rode draad in dit verhaal: het gevoel van samen. Niet alleen binnen het gezin, maar ook binnen de club. De tribune, de trommels, de wedstrijden, de vertrouwde gezichten, de mensen die blijven komen. Hilde vat dat prachtig samen. “Toen ik jong was, gingen wij ook elke zaterdag bij dames 1 kijken als ze thuis speelden. De tribune zat vol, dat was ons uitje op zaterdag. Dat is heel lang minder geweest, maar nu zie ik dat weer terug. Jullie zijn er ook altijd als dames 1 thuis speelt. Dan kom je elkaar weer tegen in de sporthal. Dat is gewoon gezellig.”
Daarmee omschrijft zij precies de kern van het verhaal van de familie Berning. Basketbal is voor hen competitie, ontwikkeling en ambitie, maar minstens zo sterk ook verbondenheid. Het is samen ergens bij horen. Het is elkaar meenemen, letterlijk en figuurlijk. Het is de sporthal als plek waar herinneringen ontstaan en waar nieuwe dromen geboren worden.
Nienke, Lize en Diede dragen ieder op hun eigen manier bij aan wat hun moeder met zich mee heeft gebracht. Niet alleen haar liefde voor basketbal, maar ook haar warmte, haar trouw aan de club en haar overtuiging dat sport pas echt betekenis krijgt wanneer plezier en verbondenheid centraal blijven staan. Samen vormen zij een verhaal dat precies past bij Jolly Jumpers: lokaal, liefdevol, fanatiek en vol toekomst.
Reactie plaatsen
Reacties