Daphne van Zundert vindt verbinding in zang en muziek

Gepubliceerd op 5 februari 2026 om 07:45

Daphne van Zundert laat zich niet in een enkel vakje plaatsen. Zij is alt-mezzo, dichteres en voordrachtskunstenaar, maar vooral is zij iemand bij wie klank en taal elkaar voortdurend opzoeken. In haar aanwezigheid lijkt kunst een levend proces met luisteren, verbeelden, delen en verbinden. Zij zoekt een beeld dat recht doet aan beweging. “Ik ben iemand die van jongs af aan betoverd werd door natuur, muziek, woorden en verhalen,” vertelt Daphne. Zang is dan eigenlijk het kruispunt waarop alle wegen samenkomen.”

Een huis waarin muziek altijd aanwezig was

Haar jeugd beschrijft ze als een huis waarin muziek niet aan of uit stond, maar simpelweg aanwezig was, zoals licht in een kamer. “Als kind kon ik, als baby eigenlijk zelfs, niet zo goed slapen. Dus mijn ouders die hebben echt nachtenlang met mij rondgelopen terwijl ze wiegeliedjes aan het zingen waren. Dus dat was eigenlijk al mijn eerste introductie met muziek.”

Zelfs haar eerste nabijheid bij zang was letterlijk nabij. “Ook als baby nam mijn moeder mij al mee naar haar zanglessen. Dan zat ik op haar schoot terwijl zij zong. Wat ik me kan herinneren is dat mijn moeder altijd piano speelde en dan kon ik wel eens een boek uit de kast grissen en als klein kind tegen haar zeggen, speel dit eens. Verder waren er natuurlijk ook veel muziekinstrumenten in huis, want mijn moeder maakt graag muziek. Ik pakte de instrumenten op, griste een methode uit de kast en sloot mezelf op in een kamer. Even later kon ik dan een paar extra noten lezen en een paar extra liedjes spelen.”

Dromen die klank werden

Naast spelen ontstond ook iets anders: een intuïtieve creativiteit die niet om toestemming vroeg. “Voordat ik op de piano het notenschrift ging uitvogelen, componeerde ik eigenlijk al mijn eigen stukjes. Want ja, die piano was natuurlijk heel erg aanwezig in de woonkamer. Dus die nodigde heel erg uit. Wellicht mijn meest bijzondere voorbeeld hiervan is dat ik als kind een droom had dat ik piano aan het spelen was. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik de melodie hoorde, en dat ik de toetsen voorbij zag vliegen. De volgende ochtend of middag bespeelde ik de toetsen die ik in mijn droom had gezien en was mijn droom muziek geworden. Ik heb nooit pianoles gehad. Dat soort gekke dingen, die waren er gewoon. Muziek leefde gewoon in huis. Het bleef altijd in mij, en het vond altijd een uitweg.”

Waar woord en klank elkaar vinden

De liefde voor taal was er al vroeg bij. Als kind wilde Daphne altijd schrijfster worden. “Ik vond op school vooral alle taallessen heel leuk,” beaamt ze. “In mijn vrije tijd maakte ik heel veel muziek, ook met familie en vrienden. Ik voel me nu eigenlijk weer heel erg verbonden met wie ik was als jong meisje. Ik dicht ook heel graag. Dat deed ik eigenlijk al als jong kind. Ik maak heel graag muziek. Nu weliswaar in een andere vorm dan vroeger. Daarbij houd ik van natuur, ik kan daar echt heel verwonderd over zijn, zoals ook mensen me kunnen verwonderen.”

Een conservatoriumopleiding bracht haar veel, maar ook een scherpere spiegel. “Toen ik naar het conservatorium ging raakte ik de connectie met mijn composities kwijt, want toen kwam ik echte pianisten tegen en durfde ik niet meer de piano te bespelen. Het was alsof mijn ogen open gingen en ik ontwaakte van een droom. De stap naar het professionele veld kan pracht en strengheid tegelijk brengen. Ik hou wel van theorie, maar in literatuur, in de muziek voelt het voor mij een beetje als wiskunde. Ik merkte dat ik mezelf heel erg ging beoordelen. Dat was het einde van de muzikale dromen die zich verwezenlijkten in de vorm van levende muziek. De muziek leeft lang niet altijd meer en als ik erover droom, dan droom ik over alles wat misgaat op het podium. En op die manier is dat toch eigenlijk wel een beetje gestopt.”

Wat bleef, is haar liefde voor het maken, nu vaak via het werk van anderen en via samenwerking met levende componisten. “Nu maak ik wel heel veel muziek, maar eigenlijk altijd muziek van andere componisten. Weliswaar soms ook in samenwerking met hedendaagse, levende componisten.”

Juist daarom is het project waarin zij haar eigen gedichten in muziek laat vertalen zo betekenisvol. Het is alsof het kind dat schrijver wilde worden en de volwassen zangeres die muziek belichaamt elkaar in de ogen kijken. “Dichten ben ik blijven doen. Dat doe ik nu nog steeds, en ik werk nu dus samen met een componiste. Ik schrijf de gedichten, en zij maakt er dan liederen van, specifiek voor mijn stem. Dus dat is een heel bijzonder project.”

Daphne plaatst die verbinding in een traditie waarin woord en muziek ooit één waren. “Vroeger in de middeleeuwen had je minstrels, minnesänger, troubadours, dat waren eigenlijk dichtende zangers of zingende dichters, het is maar net hoe je het bekijkt. Ik probeer zang en dichtkunst nu weer dichter bij elkaar te brengen met mijn project met Franki Dodwell (de componiste die muziek componeert voor mijn gedichten). Mijn stem wordt dan de verbindende factor tussen het gedicht en de muziek.”

Blijf bij de mensen en bij de muziek

Daphnes glans zit niet alleen in talent, maar ook in de moed om de schaduwkant van groei onder woorden te brengen. De belofte om door te gaan met muziek wordt bij haar vooral getest door iets dat van binnen komt. “Ik denk dat vooral zelfkritiek daarin gevaarlijk is. Ik ben eigenlijk door mijn omgeving altijd heel erg gesteund, zowel door docenten als door familie. Dus daarin heb ik eigenlijk altijd heel erg op handen gedragen gevoeld. Het is vooral de zelfkritiek waarmee ik het mezelf soms lastig kan maken. Dat ligt nog niet eens aan mijn docenten, maar dat ontwikkel je gewoon naarmate je, om het zomaar te zeggen, beter wordt, wordt je gehoor ook beter. Het kan soms voelen alsof je niet vooruitgaat, alsof je stagneert.”

Zij vertelt over een periode waarin een rol te hoog lag en de spanning zich zelfs ’s nachts voortzette. “In mijn bachelor. Moest ik de rol van Dido zingen uit de opera Dido & Aeneas van Purcell. En die was eigenlijk te hoog.” Daphne bleef doorwerken, met de koppigheid van iemand die wil leren én de kwetsbaarheid van iemand die diep voelt wat er op het spel staat. “Iedere nacht zag ik de passages die niet lukten voorbijvliegen. En dan dacht ik oké, morgen in de oefenruimte ga ik mezelf opsluiten en ga ik deze pagina studeren totdat het enigszins lukt.” Het gaat dan uiteindelijk over vertrouwen. “We kunnen niet in de toekomst kijken, we hebben geen glazen bol. Je moet toch dat vertrouwen krijgen dat het op een gegeven moment gaat zijn, dat het goed gaat komen.” Muziek vraagt bovendien om delen, niet om dichtklappen. “Soms vergeten we ook, omdat we in de oefenruimte zo op onszelf gefocust zijn en op het perfectioneren van de muziek, dat muziek iets is wat leeft, iets dat altijd weer verandert en iets dat je kunt delen.”

Die behoefte om disciplines te verbinden kwam prachtig samen in haar bachelor-eindexamen rond Anna Karenina. “Dat was voor mij een bijzondere kans om mijn passie voor literatuur en muziek samen te brengen.” Het was intens, zorgvuldig, doorleefd. “Ik had de kans om samen met een dramadocente aan het concept van mijn eindexamen te werken en we zijn er een half jaar mee bezig geweest. Daarnaast werkte ik er natuurlijk ook aan met mijn zangdocenten.” Het personage werd een klanklichaam. “Het was heel bijzonder om daar op die manier zo intensief mee bezig te kunnen zijn. Om echt dat personage te gaan belichamen. En in klank te vertalen.” De liefde voor theater als verlengstuk van zang klinkt erin door. “Het is zang, maar eigenlijk komt er zoveel meer bij kijken dan alleen zingen.” Haar huidige plannen met Marina Tsvetajeva en Sjostakovitsj passen precies in die lijn: lezen, begrijpen, verbeelden, klinken. “Ik ben nu bezig met het schrijven van een voorstelling gebaseerd op Marina Tsvetajeva’s autobiografie. Zij was een Russische dichteres en haar verhalen, haar gedichten en haar manier van schrijven inspireerden me. Dmitri Sjostakovitsj heeft zes van haar gedichten op muziek gezet. Toen ik Marina Tsvetayeva's autobiografie las dacht ik: hier kan ik eigenlijk allerlei scènes op baseren en het combineren met Sjostakovitsj's muziek.”

Op de vraag hoe haar eigen levensverhaal zou klinken, antwoordt zij met klankkleuren die warmte en scherpte tegelijk dragen. “Ja, heel veel kleuren, klanken.” Zij noemt de steun die zij ontving als een warme toon. “Voor de mensen die altijd in mij hebben geloofd zou ik mijn dankbaarheid in warme kleuren en klanken willen vertalen.” Vervolgens klinkt de perfectioniste die na een optreden eerder de rafelrand ziet dan het licht. “Voor de onvrede die na ieder optreden in mij op komt wellen, zouden wrange, donkere klanken weerklinken: klanken die het gevoel van niet goed genoeg zijn belichamen.” Toch blijft inspiratie de bron die onder alles doorstroomt. “Als kind geloofde ik altijd dat ik werd gestuurd door inspiratie van hogere sferen, omdat er nu eens melodieën, dan weer woorden op kwamen borrelen. Soms moet ik gewoon schrijven, soms moet ik gewoon zingen. Dat is altijd gebleven.”

Daphne denkt terug aan zichzelf als de 11-jarige die op de blokfluit een solo partita van Telemann speelde in de Knoptoren, Sint Oedenrode, en zij vermoedt dat dat kind haar nu iets kan leren. “Grappig genoeg denk ik eigenlijk dat zij misschien eerder iets te zeggen heeft tegen mij dan ik tegen haar.” Dat kind kende de kern van musiceren al: verbinding. “Toen ik nog een kind was, voelde ik mij bij ieder optreden verbonden met de muziek en met het publiek.” Daphnes advies aan zichzelf van nu is helder en liefdevol. “Wees bij de mensen en wees bij de muziek. En wees niet zo bij jezelf.” Zelfkritiek kan verstarren, terwijl muziek juist leeft. “Muziek leeft, muziek beweegt, muziek verbindt. Breng de muziek bij de mensen, stel je voor ze open, houdt het niet bij jezelf, je mag erop vertrouwen dat je het kunt.”

Zij sluit af met woorden die haar hele uitstraling samenvatten: talent als natuurkracht, betekenis als iets dat ontstaat wanneer je stopt met forceren. Daphne citeert Alan Watts: “Birds don’t sing to impress. They sing because it is their nature. You don’t have to force meaning or chase purpose. It emerges like a breeze, like a laugh, like a melody, when you stop trying to manufacture it.”

Haar stem draagt taal en tekent adem in de ruimte, haar voordracht geeft woorden een klank die je bijna kunt aanraken. Haar kunst schittert het meest wanneer zij precies doet wat zij zelf zo mooi verwoordt: bij de mensen zijn, bij de muziek zijn, en de rivier laten stromen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.